Tagarchief: pedagogische tips

Pedagogische tips

Op deze pagina worden pedagogische tips gegeven voor thuis, maar hier krijg je ook een beeld van hoe er bij Kinderdagverblijf Evy gewerkt wordt. 

Onze werkwijze en visies zijn geïnspireerd op het pedagogische gedachtengoed van Emmi Pikler (kinderarts en pedagoog) en Thomas Gordon (klinisch psycholoog). Dit zie je terug in verschillende aspecten zoals; hoe de groep is ingericht, hoe wij de kinderen laten spelen, hoe wij de kinderen verzorgen en hoe wij met en tegen de kinderen praten. De pedagogisch coach bij Kinderdagverblijf Evy, volgt de Emmi Pikler opleiding en is hier al aardig in thuis. De leidsters bij Evy worden dan ook door haar gecoacht om de pedagogische visie van Emmi Pikler toe te passen. Wil je weten wat deze visie inhoudt dan verwijzen wij jullie naar deze link. Ook zijn er al redelijk wat boeken geschreven, deze kun je vinden op de website van de Emmi Pikler Stichting Nederland.

 

Tip 1: Zelfstandig spelen

Laat je kind zelfstandig spelen! Wij hechten veel waarde aan het vrije spel zonder sturende hulp van de volwassenen, want wij geloven dat dit een belangrijke basis biedt voor de ontwikkeling. Kinderen kunnen als de beste zelf spelen, wij als volwassenen moeten alleen zorgen dat de voorwaardes voor dit vrije spel geboden worden zoals: veiligheid, rust en voldoende en het juiste speelgoed. Bereid de ruimte voor door het speelgoed op een leuke manier neer te zetten, dan krijgt je kindje gelijk zin om er mee te spelen! Ga zelf op een afstandje zitten (niet te dicht erop) maar blijf beschikbaar en benoem duidelijk dat het tijd is voor je kind om zelf te spelen. Zet de TV of radio uit om je kind niet af te leiden. Het ene kind speelt gemakkelijker zelfstandig dan het ander, maar elk kind kan het leren en dit is enorm waardevol voor de creativiteit, het oplossend vermogen en het zelfbeeld van je kind. Dus blijf het oefenen!

Tip 3: Zindelijkheid

Zindelijk worden is net als leren lopen en praten, een fase in de ontwikkeling dus dit gaat niet van de ene op de andere dag. De meeste kinderen worden zindelijk overdag tussen twee en drie jaar (‘s nachts tussen tweeëneenhalf en viereneenhalf).

Begin met zindelijkheidstraining wanneer de volgende punten van toepassing zijn:

  • Je kind moet lichamelijk in staat zijn zijn/haar plas of poep op te houden. De blaas moet groot genoeg zijn en de sluitspier moet voldoende ontwikkeld zijn. Je merkt dit wanneer de luiers langer droog blijven.
  • Je kind moet zich bewust zijn van haar ontlasting of plas en laat dit aan je weten.
  • Je kind moet een zekere afkeer voor poep beginnen te ontwikkelen, en graag meteen verschoond willen worden.
  • Je kind moet duidelijk interesse voor de WC beginnen te tonen.

Als ouder kun je je kind dus niet zindelijk maken dat moet je kind echt zelf doen, je kunt het natuurlijk wel stimuleren. Ik zal wat tips geven die hierbij kunnen helpen:

  • Start met de zindelijkheidstraining in een rustige, stabiele periode, zonder ingrijpende veranderingen (zoals verhuizing, geboorte).
  • Peuterboekjes lezen over ‘naar de wc gaan’ zo kan je op een speelse manier vertellen wat de bedoeling is. Of de knuffelbeer op de WC (potje) laten plassen en het zo spelenderwijs behandelen.
  • Laat je kind op vaste momenten op de wc zitten, zoals na een eetmoment en na het slapen (wanneer je voorheen de luier verschoonde).
  • Het kan stimulerend werken de training te starten in de zomerperiode, wanneer je je kind alleen een dun broekje aantrekt (zonder luier!) Zó ervaart hij/zij heel direct het resultaat van zijn/haar blaas.
  • Luiers van tegenwoordig vangen het vocht zo goed op dat kinderen (bijna) helemaal niet meer voelen dat ze geplast hebben, het kan daarom helpen een onderbroek onder de luier aan te trekken ipv erover. Dit gaat een beetje irriteren en voelt niet lekker, zo heeft je kind beter door dat het geplast heeft en zal het uiteindelijk liever op de wc plassen dan in een luier.
  • Een brilverkleiner kan helpen.
  • Te veel aandacht geven aan het hele gebeuren, werkt vaak averechts!

Tip 5: 2 Keuzes geven. Laat mij kiezen!

Door kinderen regelmatig mee te laten beslissen en keuzes te laten maken helpen we hen groeien in eigenwaarde en zelfvertrouwen. Het maken van beslissingen is een belangrijke vaardigheid in het leven.

Dreumesen en peuters kunnen misschien nog niet alles zeggen wat ze willen maar ze weten vaak wel al heel goed wat ze wel en wat ze niet willen! Ook hele jonge kinderen vinden het fijn eigen zeggenschap te hebben over hun leven. Natuurlijk kun je kinderen niet alles zelf laten bepalen en dit kunnen ze vaak ook nog helemaal niet aan, het is dus belangrijk om grenzen te stellen. Maar als we binnen deze grenzen keuzes bieden waar dat kan, geeft dat zelfs hele jonge kinderen het gevoel dat ze enig zeggenschap hebben en gerespecteerd worden.

Het is dan ook bijna altijd wel mogelijk om je kind een keuze aan te bieden. Het is daarbij belangrijk om gesloten vragen te stellen dus bijvoorbeeld als je wil dat je kind gaat zitten om te eten kun je de vraag stellen: ‘Wil je op de bank of op de stoel zitten? Als je de vraag “open” stelt: ‘wil je gaan zitten? Bestaat de kans dat je een antwoord krijgt die je niet kunt accepteren (je kind wil helemaal niet gaan zitten maar rondlopen). Dus voor je de vraag stelt is het goed om je af te vragen met welke keuze je zelf bereid bent te leven voor je de vraag stelt.

Na het geven van een keuze is het belangrijk dat je kind genoeg tijd krijgt om een besluit te nemen, geef je kind de kans om na te denken. Als je kind moeite heeft met een keuze maken is het fijn als je de vraag nog eens herhaalt. Als je kind vervolgens na een redelijke tijd nog geen keuze heeft kunnen maken is het tijd om het over te nemen. Zeg dan: ‘Ik zal je helpen, ik zet je op de stoel, dan kun je zitten om goed te kunnen eten’.

In het kort:

  • Biedt een keuze met twee mogelijkheden aan (niet meer).
  • Formuleer de vraag gesloten.
  • Geef je kind genoeg tijd een keuze te kunnen maken.
  • Herhaal anders de vraag nog eens op een rustiger tempo.
  • Als het te lang duurt of het lukt je kind niet maak dan zelf de keuze voor het kind (van een van de twee opties die je gaf).
  • Zeg dan “ik ga helpen” of “dan kies ik voor jou ….”

Tip 6: “NEE” mogen zeggen

In de peuter periode zeggen kinderen veel nee! Dit is een belangrijke ontwikkelingsfase waarbij kinderen ontdekken dat zij een eigen persoon zijn met een eigen mening, gevoelens en behoeftes. Als opvoeder is het belangrijk dat je in deze fase duidelijke en consequente regels hebt waar het kind zich aan moet houden, maar het is ook heel belangrijk dat wij respecteren dat kinderen hun eigen grenzen hebben en deze ook mogen aangeven.

Vooral als het om lichamelijk contact gaat. Dit maakt je kind namelijk weerbaarder en kan helpen voorkomen dat je kind in vervelende situaties terecht komt waar een volwassenen over de grens van het kind heengaat. Het is dan ook belangrijk om te luisteren naar je kind als het bijvoorbeeld weigert een juf, oom/tante etc. een kus te geven. Leer je kind dat als het niet goed voelt dit oke is en dat ze ook gewoon een hand/high five of alleen gedag mogen zeggen. Dus als je kind ‘nee’ zegt moet je dit respecteren en niet dwingen of forceren zodat je kind het toch doet en hiermee zijn eigen grens overgaat.

Vertel je kind dat zijn/haar lijf van hem/haar is en dat niemand daar aan mag zitten wanneer hij/zij dat niet wil. Hiermee leer je je kind dat het een eigen persoon is en niet altijd mee hoeft te doen om bijvoorbeeld aardig gevonden te worden. ‘Nee’ mogen zeggen helpt je kind ook in de omgang met leeftijdsgenootjes om zijn/haar grenzen te bewaken. Luister ook naar je kind als het bijvoorbeeld tijdens een spelletje “kietelen” opeens te wild voor hem/haar wordt en hij/zij heel hard nee of stop roept. Stop dan ook gelijk en benoem dit, zo leer je je kind dat het zeggenschap heeft over zijn/haar eigen lijf en dat jij dit respecteert.