Pedagogisch beleid

Inleiding

Kinderdagverblijf Evy is een kleinschalig kinderdagverblijf. Wij bieden aan één groep van vijftien kinderen opvang. We willen een huiskamersfeer uitstralen zodat ieder kind zich bij kinderdagverblijf Evy op zijn gemak voelt.

In dit pedagogisch beleid wordt beschreven wat wij verstaan onder pedagogische kwaliteit. Tevens wordt ingegaan op de pedagogische doelen en uitgangspunten die kinderdagverblijf Evy hanteert. Daarnaast wordt beschreven op welke manier wij werken aan de vier competenties die genoemd worden in de Wet Kinderopvang.

Het kind staat centraal

Het kind start vanuit zijn eigen gezin en milieu, heeft eigen waarden en normen en is een onbevangen persoonlijkheid. Vanuit dat punt heeft het kind nog een hele wereld voor zich om te ontdekken en ontwikkelt het zich verder in relatie tot zijn omgeving.

We proberen daarom zo dicht mogelijk bij deze belevingswereld van het kind te komen en te blijven, zowel binnen als buiten. Dit willen we bereiken door methodisch en consequent met de kinderen om te gaan, maar eveneens door ons in te leven in de specifieke situatie van het kind en door in te spelen op de behoeften van het kind. We passen bijvoorbeeld het taalniveau aan door de kinderen niet met moeilijke woorden aan te spreken, maar met duidelijke korte zinnen te praten.

Daarnaast stimuleren wij de kinderen om uitdagingen aan te gaan en dingen te ontdekken. Dit doen we door verschillende spelmaterialen en activiteiten aan de kinderen aan te bieden. Hierbij proberen we het kind door middel van aansporingen en complimentjes bewust te maken van het eigen kunnen. Dit creëert, naast het geven van structuur door middel van regels en dagritme, een klimaat waarin het kind zich kan ontwikkelen.

We houden rekening met de algemene regels die gelden binnen kinderdagverblijf Evy en voor het kind als individu waarbij we de groepsnormen en waarden ook niet uit het oog verliezen. Het kind heeft binnen deze normen en waarden alle ruimte om zijn eigen grenzen aan te geven en op zijn manier met verschillende emoties om te gaan. Het kind kan zijn grenzen verbaal of non-verbaal aangeven. De leiding geeft haar grenzen aan door de regels te handhaven en door verbale uitingen.

De 4 competenties

Het pedagogische doel is onder te verdelen in subdoelstellingen.

  1. Emotionele veiligheid
  2. Persoonlijke competentie
  3. Sociale competentie
  4. Waarden en normen 

1. Emotionele Veiligheid

Het basisdoel van al het handelen van de groepsleiding is het bieden van een gevoel van veiligheid aan het kind. Veiligheid draagt niet alleen bij tot het individuele welzijn van het kind, maar geldt ook als basis voor verdere ontwikkeling. Een vertrouwensrelatie met de groepsleiding is hierin onmisbaar. Persoonlijk contact met de groepsleiding, een tot op zekere hoogte voorspelbaar dagritme, de inrichting van de ruimte en de aanwezigheid van bekende groepsgenoten dragen bij tot het verkrijgen van een gevoel van veiligheid.

Kinderen en ouders moeten zich welkom voelen.

2. Persoonlijke competentie

Elk kind heeft bij de Kinderdagverblijf Evy de gelegenheid en ruimte om binnen zijn mogelijkheden, passend bij zijn ontwikkelingsfase, tempo en temperament, te experimenteren. Dat wil zeggen dat kinderen zeggenschap hebben en keuzes kunnen maken in wat zij op de opvang willen doen. Op deze wijze leren zij hun eigen mogelijkheden en grenzen kennen.De groepsleiding kan hen daarin aanmoedigen of (bij risicovol gedrag) wat afremmen. Daarnaast worden kinderen op het gebied van flexibiliteit en creativiteit gestimuleerd: daardoor leren zij zich aan te passen aan veranderende omstandigheden en zodoende hierin weerbaar te worden.

De groepsleiding beïnvloedt gedrag van kinderen op een positieve, respectvolle manier: ongewenst gedrag wordt afgekeurd, maar niet het kind als individu. Deze wijze van handelen draagt bij tot het creëren van een positief zelfbeeld van kinderen.

Kinderen worden uitgedaagd vooral eerst iets zelf te proberen. Er wordt niet direct ingegrepen, maar kinderen wordt de ruimte geboden in eerste instantie te ervaren wat ze zelf al kunnen en wat (nog) niet. Het leren door ervaring staat hoog in het vaandel. We willen kinderen leren –ieder op zijn eigen niveau- zelf in te kunnen schatten wat aanvaardbare risico’s zijn en wat niet.

Zelfstandigheid en zelfredzaamheid worden tevens bevorderd doordat de accommodaties kindvriendelijk zijn ingericht waardoor het kind zelf op ‘ontdekkingstocht’ kan gaan. Ook door uitdagend spelmateriaal en het pedagogisch handelen van de groepsleiding willen wij de zelfstandigheid van kinderen stimuleren. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is een atmosfeer van veiligheid, geborgenheid en vertrouwdheid. De groepsleiding draagt zorg voor het creëren van zo’n klimaat.

Het deel uit maken van een groep behelst dat elke groepsdeelnemer verantwoordelijkheid draagt. Een kind zal ervaren dat zijn gedrag bepaalde reacties bij andere groepsgenoten zal uitlokken. Wij willen kinderen hierin inzicht geven en hen leren bewust om te gaan met deze consequenties, zodat duidelijk wordt wat de gevolgen van het eigen handelen zijn in relatie tot anderen. Het gaat hier niet alleen om het vergoten van het sociaal bewustzijn. We leren ook kinderen zich verantwoordelijk te voelen voor bijvoorbeeld spelmateriaal, milieu of de natuur. Op deze wijze leert een kind al op jonge leeftijd –op zijn eigen niveau- verantwoordelijkheid te dragen. Wij willen dat een kind betrokken is bij het groepsgebeuren in het bijzonder en de maatschappij in het algemeen.

3. Sociale competentie 

Het ontwikkelen van de sociale competentie bij kinderen wordt door verschillende factoren binnen het kinderdagverblijf bevorderd.

Interactie tussen leiding en kind en kinderen onderling.

In de leidster-kindinteractie bieden wij gelegenheid voor het ontwikkelen van de sociale competenties van een kind. De leidster stimuleert vriendschap, kameraadschap en samenwerking tussen kinderen onderling. Zij gaat bewust om met conflicten tussen kinderen. Samen delen en samen ervaren binnen situaties waarin kinderen gezamenlijk betekenisvolle ervaringen op kunnen doen. De rol van de leidster in de interactie tussen kinderen is afhankelijk van de situatie: sturend, ondersteunend, corrigerend, verzorgend, gangmakend of bruggenbouwend.

Verschillen tussen kinderen onderling.

In en met de groep dragen wij zorg voor het ontwikkelen van de sociale competenties van een kind. Een verticale groep biedt kinderen de mogelijkheid te leren omgaan met de verschillen tussen groepsgenootjes.In de groep wordt uiting gegeven aan betekenisvolle, emotionele gebeurtenissen in de groep, het gezin, de buurt, het land en de wereld.

Inzet van de ruimte

Door de wijze waarop wij de -binnen en buiten – ruimte aanbieden en inzetten, dragen wij eveneens bij aan het ontwikkelen van de sociale competenties van een kind.

Een vrije ruimte die uitdaagt en stimuleert tot rennen, klimmen, avontuur en ontdekken is veelal de buitenruimte.

Inzet van activiteiten

Bij het organiseren en aanbieden van activiteiten kiezen wij voor een aanpak die de ontwikkeling van de sociale competenties van een kind stimuleert.

In de groep is een duidelijke en vaste verdeling tussen groepsmomenten en momenten die kinderen individueel invullen. Daarnaast worden activiteiten met de hele groep afgewisseld met activiteiten in kleine groepen die verschillen in samenstelling. De sociale inhoud van het spel wordt gestimuleerd door samen spelen, praten, luisteren, plezier hebben, delen, wachten op elkaar, rekening houden met elkaar etc.

Inzet van spelmateriaal

Verder gaan wij met het spelmateriaal om op een wijze die de ontwikkeling van de sociale competenties van een kind stimuleert. Het spelaanbod sluit aan bij de wens om zowel individueel als gezamenlijk spel aan te bieden. Het spelmateriaal is uitdagend, grensverleggend en ontwikkelingsgericht en is berekend op de diversiteit in leeftijd binnen de groep.

4. Waarden en normen

Een kind spiegelt zich graag aan volwassenen en is heel gemakkelijk in het kopiëren van volwassen gedrag. In de rol van opvoeder/begeleider heeft de groepsleiding een belangrijke voorbeeldfunctie om het kind wegwijs te maken in de gebruiken van de grotemensenwereld.

De groepsleiding heeft als oogmerk om kinderen respect bij te brengen voor zichzelf, voor anderen en voor hun omgeving en hen spelenderwijs te leren dat ze zelf verantwoordelijkheid dragen voor bepaalde zaken en dat die verantwoordelijkheid met elkaar gedeeld wordt.

De mate en het niveau waarop dit plaats vindt hangt uiteraard samen met de leeftijd, het  ontwikkelingsniveau en het begripsvermogen van ieder afzonderlijk kind. Dit houdt in dat de ontwikkeling van de moraal van elk individu zich in geheel eigen tempo voltrekt. Het kunnen maken van onderscheid tussen goed of fout, is vaak nog niet vanzelfsprekend voor kinderen, maar wordt geleerd met het ouder worden. En daarin mogen wij ze begeleiden. Een dankbare en serieuze taak waarmee we de basis leggen voor de toekomst.

Straffen en belonen

Goed gedrag wordt bekrachtigd door de groepsleiding. In eerste instantie verbaal, de leidsters geven een compliment. In sommige gevallen wordt het kind ook beloond met een sticker, bijvoorbeeld bij zindelijkheidstraining.

Slecht gedrag wordt benoemd en de leidster zal hier samen met het kind een oplossing voor zoeken. Wanneer slecht gedrag zich binnen een korte tijd herhaalt, bijvoorbeeld als het kind blijft duwen of slaan, wordt het kind even apart gezet op een stoeltje. Aan het kind wordt duidelijk uitgelegd waarom het even moet zitten. Het kind blijft ongeveer een minuut zitten en daarna wordt het ook weer goed gemaakt tussen de kinderen en de leidster.

Het op een stoeltje zetten is niet persé bedoeld als straf. Door het kind uit de activiteit te halen en het even apart te nemen, wordt extra benadrukt dat wat het kind deed niet juist deed.

Contact