Volledige pedagogisch plan en bezetting

Personeel Kinderdagverblijf Evy

Versie 2017

Bezetting groep
De groep wordt begeleid door 2 of drie gediplomeerde groepsleidsters. Dit is afhankelijk van het aantal kinderen wat er per dag aanwezig is. Momenteel heeft het kinderdagverblijf zes gediplomeerde krachten in dienst. Onze groep bestaat uit maximaal 15 kinderen en wij werken met een verticale groep. De leidsters werken meestal op vaste dagen.

Gediplomeerde pedagogisch medewerkers

Maandag: Silvana, Sandra
Dinsdag: Maartje, Silvana, Patrice
Woensdag: Ellen, Silvana, Patrice
Donderdag: Patrice, Sandra (om de week), Silvana (om de week)
Vrijdag: Sandra, Patrice

Diploma’s
Alle gediplomeerde leidsters hebben een relevante opleiding gevolgd. Dit zijn de opleidingen sociaal pedagogisch werk, activiteitenbegeleiding of een relevante HBO opleiding. Alle leidsters hebben een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) ingeleverd.
Vergaderingen
Eens in de zes weken worden er werkbesprekingen gehouden. In deze vergaderingen wordt onder meer gesproken over het welzijn van de kinderen, opvoedkundige zaken, hygiëne en veiligheid, te plannen activiteiten en diverse actuele onderwerpen. Minstens één keer per jaar wordt het brandactieplan volledig doorgenomen.
Overdracht
Op het kinderdagverblijf wordt gewerkt met een overdrachtschrift. Informatie en bijzonderheden van ieder individueel kind worden vermeld in het schrift. Alle leidsters blijven op deze manier op de hoogte van eventuele veranderingen. Tevens kunnen de leidsters allerlei personele mededelingen in het schrift noteren.
Stagiaires
Het kinderdagverblijf is aangesloten bij SBB, die een erkenning uitgeeft voor bedrijven om stagiaires te begeleiden. De erkenning die in het bezit van kinderdagverblijf Evy is, is geschikt voor de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk en Helpend Welzijn.Een stagiaire is twee of drie dagen per week aanwezig. Deze stagiaire wordt begeleid door de hiervoor opgeleide praktijkbegeleider en werkt ten alle tijden onder toeziend oog van een gediplomeerd pedagogisch medewerker of de praktijkbegeleider.

Inzet en begeleiding van andere volwassenen (o.a. invallers & stagiairs)
Stagiaires die de opleidingen HW (helpende welzijn) en MBO-SPW (sociaal pedagogisch werker) volgen kunnen in principe stage lopen bij Evy. Evy beschikt over de kwalificatie voor leerbedrijf SPW3 in de kinderopvang en heeft hier ruime ervaring mee. Over de aanwezigheid van stagiaires en assistenten worden afspraken gemaakt die naar de ouders gecommuniceerd worden. In het geval van een stage worden tevens afspraken gemaakt voor overleg tussen stage begeleider, stagiaire en docent van de stagiaire. Er zijn 2 soorten stagiairs, BOL stagiairs en BBL-er stagiairs. BOL- stagiairs lopen boventallig stage, alleen bij uitzondering kunnen zij een collega die met ziekte- of vakantieverlof is vervangen. BBL stagiairs kunnen vanaf het derde jaar volledig formatief worden ingezet en in de eerste twee jaren afhankelijk van hun kwalificatie voor inzetbaarheid.
Er zijn ook andere volwassenen naast stagiaires die bij Evy kunnen werken, dit kunnen hulpkrachten zijn voor groepshulp, schoonmaken, achterwacht en bkr ondersteuning. Zij werken onder begeleiding en toezicht van een daartoe aangewezen pedagogisch medewerker en/of leidinggevende en hebben een ondersteunende functie. Werkzaamheden die deze volwassenen, stagiaires en assistenten kunnen verrichten zijn: het helpen met de kinderen naar bed brengen, schoonmaken, het helpen in de keuken, het eten en drinken klaarmaken, het helpen bij het naar buiten gaan, het helpen in spelen, het verschonen van kinderen en de overdracht van kinderen aan het einde van de dag. Wat zij niet doen is de schriftelijke overdracht, het sluiten en openen van het kinderdagverblijf (behoudens uitzonderingen), het voeren van een kind-oudergesprek en de begeleiding van volwassenen. Taken worden vooraf besproken met de stagiaire/vrijwilliger.

Ouders

Dagrapportages
Dagelijks wordt een korte dagrapportage van ieder kind bijgehouden waarin ook eventuele bijzonderheden worden vermeld. Hierbij valt te denken aan slaap en eetgedrag, het al dan niet hebben van ontlasting enz. Dit formulier ligt voor alle ouders ter inzage op de commode. Uiteraard kan iedere ouder bij de leidster informeren naar eventuele bijzonderheden van die dag.
Oudergesprekken
De ouders worden 1x per jaar uitgenodigd voor een oudergesprek. Onderwerpen als het slapen, eten en drinken van het kind worden besproken, maar ook de motorische, emotionele en cognitieve ontwikkeling. Vanzelfsprekend proberen de leidsters zoveel mogelijk aan de specifieke wensen van ouders te voldoen. Deze kunnen tijdens het oudergesprek besproken worden. Ieder kind heeft een eigen mentor en zij zal samen met de ouders het gesprek voeren. Van het oudergesprek wordt een verslag gemaakt en dit verslag wordt bewaard in de map van het desbetreffende kind. Bij ieder gesprek worden deze gegevens doorgenomen om te kijken wat er de vorige keer is besproken en of er vooruitgang in de ontwikkeling is geboekt. Naast de reguliere oudergesprekken is er de mogelijkheid om tussentijds een oudergesprek aan te vragen.
Oudercommissie
Het kinderdagverblijf heeft een oudercommissie die om de drie maanden bijeenkomt, bestaande uit 4 ouders. De oudercommissie heeft een grotere betrokkenheid van ouders tot doel en kijkt wat er onder de ouders leeft. Zij heeft een adviesrecht over alles wat er in en om het kinderdagverblijf gebeurt en vertegenwoordigt de ouders van alle kinderen. De leden van de oudercommissie kunnen verschillende activiteiten met de kinderen en de ouders organiseren, zoals een dagje weg, een kerstborrel of een informatieve avond. Eveneens kunnen zij verschillende cursussen aanvragen en wensen en ideeën uiten. Op deze manier heeft de oudercommissie inbreng in de algemene organisatie van het kinderdagverblijf. Twee ouders van de oudercommissie vormen het aanspreekpunt voor alle ouders.
Opmerkingen en klachten
Stap 1
Eerst klagen bij degene die het betreft.
Er is een onderscheid te maken tussen klagen en een klacht. Een ouder kan bijvoorbeeld klagen over de kwaliteit van het eten. Wordt er naar aanleiding van dat klagen, geen actie ondernomen betreffende het eten, dan ontstaat er een klacht. Hoe dan ook, het principe is dat je begint bij degene wie de klacht betreft. Is er bijvoorbeeld een klacht over de dagelijkse gang van zaken in de groep, dan wordt de klacht mondeling geuit bij de groepsleiding. Als er een klacht is over de openingstijden dan wordt de klacht geuit bij de leidinggevende (Maartje) van het kinderdagverblijf. Indien beide partijen niet tot overeenstemming kunnen komen is er de mogelijkheid om hogerop tot een oplossing te komen. Een klacht dient echter zolang mogelijk in de sfeer van overleg besproken te worden, opdat de onderlinge relaties niet worden verstoord.
Stap 2
Formele klachen
kunnen zaken niet meer naar tevredenheid afgehandeld worden door de leidster of de leidinggevende, dan treedt de volgende fase in werking; een formele klacht naar de directie. Een formele klacht dient schriftelijk te worden ingediend. Zie hier de link naar het klachten regelement www.degeschillencommissie.nl/media/1897/kin-reglement.pdf
Stap 3
Geschillencommissie
Bij onvrede over een klachtenafhandeling kan deze worden voorgelegd aan de geschillencommissie. Dit is een onafhankelijk orgaan waarbij het kinderdagverblijf is aangesloten. De geschillencommissie brengt advies uit aan de directie van het kinderdagverblijf die op basis van dit tot besluitvorming komt. Voor meer informatie verwijzen we u door naar de volgende link. www.degeschillencommissie.nl
Huisregels
Het is verboden in kinderdagverblijf Evy te roken
Alle ruimtes in kinderdagverblijf Evy worden aan de hand van een schoonmaakrooster dagelijks schoongemaakt.
Ieder kind heeft eigen beddengoed en slaapt iedere keer in hetzelfde bedje.
Het beddengoed wordt minimaal 1 keer per week verschoond.
Voor ieder kindje is een eigen mandje aanwezig waar u persoonlijke spulletjes in op kunt bergen bijvoorbeeld: een zuigfles, knuffel of reservekleren.
Als uw kindje speciale verzorgingsproducten nodig heeft dan dient u daar zelf voor zorgen. Dit geldt ook voor speciale voeding.
Zieke kinderen kunnen wij niet toelaten tot het kinderdagverblijf in verband met eventueel besmettingsgevaar. Het is ook fijner voor het kind om thuis te zijn als het ziek is.
Wij hanteren hiervoor de GGD normen.
Uw kindje kunnen wij o.a. in de volgende gevallen niet toelaten:
Indien het kind niet is ingeënt.
Bij heftige diarree.
Bij koorts.
Indien het kind hangerig en huilerig is.
Indien het kind een besmettelijke ziekte heeft of in de omgeving is geweest met een besmettelijke ziekte. Dit moet ook direct aan ons gemeld worden.
Kinderdagverblijf Evy heeft een eigen huisarts, zodat er tijdig advies of hulp gevraagd kan worden in geval van ziekte of ongeval. Als een kind door een ander dan de ouder(s) wordt opgehaald, dient u dit vooraf te melden.
Uw kindje is via kinderdagverblijf Evy verzekerd door middel van een ongevallen- en aansprakelijkheidsverzekering. Kinderdagverblijf Evy stelt zich niet aansprakelijk voor gebeurtenissen die niet door haar verzekering gedekt worden. De polisvoorwaarden liggen ter inzage in kinderdagverblijf Evy.
Zodra er bekend is wanneer wij uw kind kunnen plaatsen zullen wij u een contract voor de reservering van een kindplaats toesturen.
Openstellingtijden
Het kinderdagverblijf is geopend van 07:30 – 18:15 uur op maandag tot en met vrijdag.
Tussen kerst en oud en nieuw zijn wij een week gesloten en met officiële feestdagen.
Hieronder volgt een overzicht van de officiële feestdagen, deze zijn ook op onze website en jaarplanner te vinden
Nieuwjaarsdag 1 januari
Tweede paasdag
Koningsdag
Bevrijdingsdag 1 maal in de 5 jaar
Hemelvaartsdag
Tweede Pinksterdag
Eerste en tweede kerstdag

Op de dag van onze Sinterklaasviering en op Kerstavond sluiten wij om 16.30.
Tevens behouden wij ons het recht om buiten deze dagen, twee dagen per jaar extra te sluiten. Dit zullen wij zo ver mogelijk van te voren mede delen.

Pedagogisch Beleid Kinderdagverblijf Evy
Inleiding
Kinderdagverblijf Evy is een kleinschalig kinderdagverblijf. Wij bieden aan één groep van vijftien kinderen opvang. We willen een huiskamersfeer uitstralen zodat ieder kind zich bij kinderdagverblijf Evy op zijn gemak voelt.
In dit pedagogisch beleid wordt beschreven wat wij verstaan onder pedagogische kwaliteit. Tevens wordt ingegaan op de pedagogische doelen en uitgangspunten die kinderdagverblijf Evy hanteert. Daarnaast wordt beschreven op welke manier wij werken aan de vier competenties die genoemd worden in de Wet Kinderopvang.
Het kind staat centraal
Het kind start vanuit zijn eigen gezin en milieu, heeft eigen waarden en normen en is een onbevangen persoonlijkheid.Vanuit dat punt heeft het kind nog een hele wereld voor zich om te ontdekken en ontwikkelt het zich verder in relatie tot zijn omgeving.
We proberen daarom zo dicht mogelijk bij deze belevingswereld van het kind te komen en te blijven, zowel binnen als buiten. Dit willen we bereiken door methodisch en consequent met de kinderen om te gaan, maar eveneens door ons in te leven in de specifieke situatie van het kind en door in te spelen op de behoeften van het kind. We passen bijvoorbeeld het taalniveau aan door de kinderen niet met moeilijke woorden aan te spreken, maar met duidelijke korte zinnen te praten.
Daarnaast stimuleren wij de kinderen om uitdagingen aan te gaan en dingen te ontdekken. Dit doen we door verschillende spelmaterialen en activiteiten aan de kinderen aan te bieden. Hierbij proberen we het kind door middel van aansporingen en complimentjes bewust te maken van het eigen kunnen. Dit creëert, naast het geven van structuur door middel van regels en dagritme, een klimaat waarin het kind zich kan ontwikkelen.
We houden rekening met de algemene regels die gelden binnen kinderdagverblijf Evy en voor het kind als individu waarbij we de groepsnormen en waarden ook niet uit het oog verliezen. Het kind heeft binnen deze normen en waarden alle ruimte om zijn eigen grenzen aan te geven en op zijn manier met verschillende emoties om te gaan. Het kind kan zijn grenzen verbaal of non-verbaal aangeven. De leiding geeft haar grenzen aan door de regels te handhaven en door verbale uitingen.

De 4 competenties
Het pedagogische doel is onder te verdelen in subdoelstellingen.
1. Emotionele veiligheid
2. Persoonlijke competentie
3. Sociale competentie
4. Waarden en normen

1.Emotionele Veiligheid
Het basisdoel van al het handelen van de groepsleiding is het bieden van een gevoel van veiligheid aan het kind. Veiligheid draagt niet alleen bij tot het individuele welzijn van het kind, maar geldt ook als basis voor verdere ontwikkeling. Een vertrouwensrelatie met de groepsleiding is hierin onmisbaar. Persoonlijk contact met de groepsleiding, een tot op zekere hoogte voorspelbaar dagritme, de inrichting van de ruimte en de aanwezigheid van bekende groepsgenoten dragen bij tot het verkrijgen van een gevoel van veiligheid.
Kinderen en ouders moeten zich welkom voelen.
2.Persoonlijke competentie
Elk kind heeft bij de Kinderdagverblijf Evy de gelegenheid en ruimte om binnen zijn mogelijkheden, passend bij zijn ontwikkelingsfase, tempo en temperament, te experimenteren. Dat wil zeggen dat kinderen zeggenschap hebben en keuzes kunnen maken in wat zij op de opvang willen doen. Op deze wijze leren zij hun eigen mogelijkheden en grenzen kennen.De groepsleiding kan hen daarin aanmoedigen of (bij risicovol gedrag) wat afremmen. Daarnaast worden kinderen op het gebied van flexibiliteit en creativiteit gestimuleerd: daardoor leren zij zich aan te passen aan veranderende omstandigheden en zodoende hierin weerbaar te worden.
De groepsleiding beïnvloedt gedrag van kinderen op een positieve, respectvolle manier: ongewenst gedrag wordt afgekeurd, maar niet het kind als individu. Deze wijze van handelen draagt bij tot het creëren van een positief zelfbeeld van kinderen.
Kinderen worden uitgedaagd vooral eerst iets zelf te proberen. Er wordt niet direct ingegrepen, maar kinderen wordt de ruimte geboden in eerste instantie te ervaren wat ze zelf al kunnen en wat (nog) niet. Het leren door ervaring staat hoog in het vaandel. We willen kinderen leren –ieder op zijn eigen niveau- zelf in te kunnen schatten wat aanvaardbare risico’s zijn en wat niet.
Zelfstandigheid en zelfredzaamheid worden tevens bevorderd doordat de accommodaties kindvriendelijk zijn ingericht waardoor het kind zelf op ‘ontdekkingstocht’ kan gaan. Ook door uitdagend spelmateriaal en het pedagogisch handelen van de groepsleiding willen wij de zelfstandigheid van kinderen stimuleren. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is een atmosfeer van veiligheid, geborgenheid en vertrouwdheid. De groepsleiding draagt zorg voor het creëren van zo’n klimaat.
Het deel uit maken van een groep behelst dat elke groepsdeelnemer verantwoordelijkheid draagt. Een kind zal ervaren dat zijn gedrag bepaalde reacties bij andere groepsgenoten zal uitlokken. Wij willen kinderen hierin inzicht geven en hen leren bewust om te gaan met deze consequenties, zodat duidelijk wordt wat de gevolgen van het eigen handelen zijn in relatie tot anderen. Het gaat hier niet alleen om het vergoten van het sociaal bewustzijn. We leren ook kinderen zich verantwoordelijk te voelen voor bijvoorbeeld spelmateriaal, milieu of de natuur. Op deze wijze leert een kind al op jonge leeftijd –op zijn eigen niveau- verantwoordelijkheid te dragen. Wij willen dat een kind betrokken is bij het groepsgebeuren in het bijzonder en de maatschappij in het algemeen.

3.Sociale competentie
Het ontwikkelen van de sociale competentie bij kinderen wordt door verschillende factoren binnen het kinderdagverblijf bevorderd.
Interactie tussen leiding en kind en kinderen onderling.
In de leidster-kindinteractie bieden wij gelegenheid voor het ontwikkelen van de sociale competenties van een kind. De leidster stimuleert vriendschap, kameraadschap en samenwerking tussen kinderen onderling. Zij gaat bewust om met conflicten tussen kinderen. Samen delen en samen ervaren binnen situaties waarin kinderen gezamenlijk betekenisvolle ervaringen op kunnen doen. De rol van de leidster in de interactie tussen kinderen is afhankelijk van de situatie: sturend, ondersteunend, corrigerend, verzorgend, gangmakend of bruggenbouwend.
Verschillen tussen kinderen onderling.
In en met de groep dragen wij zorg voor het ontwikkelen van de sociale competenties van een kind. Een verticale groep biedt kinderen de mogelijkheid te leren omgaan met de verschillen tussen groepsgenootjes.In de groep wordt uiting gegeven aan betekenisvolle, emotionele gebeurtenissen in de groep, het gezin, de buurt, het land en de wereld.
Inzet van de ruimte
Door de wijze waarop wij de -binnen en buiten – ruimte aanbieden en inzetten, dragen wij eveneens bij aan het ontwikkelen van de sociale competenties van een kind. Een vrije ruimte die uitdaagt en stimuleert tot rennen, klimmen, avontuur en ontdekken is veelal de buitenruimte.
Inzet van activiteiten
Bij het organiseren en aanbieden van activiteiten kiezen wij voor een aanpak die de ontwikkeling van de sociale competenties van een kind stimuleert.
In de groep is een duidelijke en vaste verdeling tussen groepsmomenten en momenten die kinderen individueel invullen. Daarnaast worden activiteiten met de hele groep afgewisseld met activiteiten in kleine groepen die verschillen in samenstelling. De sociale inhoud van het spel wordt gestimuleerd door samen spelen, praten, luisteren, plezier hebben, delen, wachten op elkaar, rekening houden met elkaar etc.
Inzet van spelmateriaal
Verder gaan wij met het spelmateriaal om op een wijze die de ontwikkeling van de sociale competenties van een kind stimuleert. Het spelaanbod sluit aan bij de wens om zowel individueel als gezamenlijk spel aan te bieden. Het spelmateriaal is uitdagend, grensverleggend en ontwikkelingsgericht en is berekend op de diversiteit in leeftijd binnen de groep.
4.Waarden en normen
Een kind spiegelt zich graag aan volwassenen en is heel gemakkelijk in het kopiëren van volwassen gedrag. In de rol van opvoeder/begeleider heeft de groepsleiding een belangrijke voorbeeldfunctie om het kind wegwijs te maken in de gebruiken van de grotemensenwereld.
De groepsleiding heeft als oogmerk om kinderen respect bij te brengen voor zichzelf, voor anderen en voor hun omgeving en hen spelenderwijs te leren dat ze zelf verantwoordelijkheid dragen voor bepaalde zaken en dat die verantwoordelijkheid met elkaar gedeeld wordt.
De mate en het niveau waarop dit plaats vindt hangt uiteraard samen met de leeftijd, het ontwikkelingsniveau en het begripsvermogen van ieder afzonderlijk kind. Dit houdt in dat de ontwikkeling van de moraal van elk individu zich in geheel eigen tempo voltrekt. Het kunnen maken van onderscheid tussen goed of fout, is vaak nog niet vanzelfsprekend voor kinderen, maar wordt geleerd met het ouder worden. En daarin mogen wij ze begeleiden. Een dankbare en serieuze taak waarmee we de basis leggen voor de toekomst.

Kwaliteitszorg
Kwaliteit hangt samen met het maken van goede, heldere afspraken. Aanvullend aan dit pedagogisch beleid behoren dan ook diverse beschrijvingen van procedures en richtlijnen. Deze zullen hier kort worden omschreven.
Straffen en belonen
Goed gedrag wordt bekrachtigd door de groepsleiding. In eerste instantie verbaal, de leidsters geven een compliment. In sommige gevallen wordt het kind ook beloond met een sticker, bijvoorbeeld bij zindelijkheidstraining.
Slecht gedrag wordt benoemd en de leidster zal hier samen met het kind een oplossing voor zoeken. Wanneer slecht gedrag zich binnen een korte tijd herhaalt, bijvoorbeeld als het kind blijft duwen of slaan, wordt het kind even apart gezet op een stoeltje. Aan het kind wordt duidelijk uitgelegd waarom het even moet zitten. Het kind blijft ongeveer 1 minuut zitten en daarna wordt het ook weer goed gemaakt tussen de kinderen en de leidster.
Het op een stoeltje zetten is niet persé bedoeld als straf. Door het kind uit de activiteit te halen en het even apart te nemen, wordt extra benadrukt dat wat het kind deed niet juist is.
Observeren
Een kind dat zich prettig en op zijn gemak voelt is open, nieuwsgierig, levenslustig, tevreden, ontspannen, heeft zelfvertrouwen en is evenwichtig. Soms, door verschillende redenen, gaat de ontwikkeling niet goed. De ontwikkeling kan door omgevingsfactoren, karakter of (medische) afwijking een achterstand oplopen. Kinderen kunnen dit op verschillende manieren laten zien. Kenmerken kunnen zijn: gesloten, afwerend, lusteloos, ontevreden, gespannen, onzeker of onevenwichtig gedrag. Door training en ervaring kan de pedagogisch medewerkster ontwikkelingsachterstand en afwijkend gedrag signaleren.
Op onze groep zijn de kinderen verdeelt onder de pedagogisch medewerkers. Elke medewerker heeft dus haar eigen mentorkindjes die zij observeert. Dit gebeurd als alles “normaal” ontwikkelt, 1x keer per jaar. Vervolgens vindt er een oudergesprek plaats met de betreffende ouders. Tijdens dit gesprek wordt de observatie besproken aan de hand van een observatieformulier. Mocht een ouder geen behoefte hebben aan een gesprek dan wordt het observatieformulier aan de ouders mee gegeven. Ook dan wordt benadrukt dat er altijd de mogelijkheid is om alsnog een gesprek aan te vragen. Een kopie van het formulier wordt bewaard in een map van het kind zodat het bij een volgende observatie nagelezen kan worden.
Ook als een kindje drie-en-een-half jaar is wordt het geobserveerd. Deze observatie heeft als doel om te kijken of het kind nog bepaalde vaardigheden mist die noodzakelijk zijn voor de basisschool.
Maandelijks worden er werkbesprekingen gehouden op de groep. Daar worden de kinderen en bijzonderheden besproken. Indien er tijdens de werkbespreking zorgen uitgesproken worden over een bepaald kindje gaan we het volgende doen: We verzamelen alle gegevens, deelt iedereen dezelfde mening /zorg. Vervolgens bekijken we wat er, volgens ons, zou moeten gebeuren. Wij zijn een samenwerkingsverband aangegaan met Stichting ’t Kabouterhuis in Amsterdam (alert for you) dit is een gerichte samenwerking tussen kinderopvang, en jeugd en opvoedhulp (jeugdzorg) Meer informatie kunt u vinden op www.kabouterhuis.nl
Wat kunnen wij doen als kinderdagverblijf en welke stappen adviseren wij naar de ouders toe. Indien we zorgen hebben omtrent een ontwikkelingsachterstand of opvallend gedrag dan kunnen we besluiten om zelf observaties te gaan doen of met behulp van Stichting “t Kabouterhuis. Dit gebeurt in overleg met de ouders. We gaan dus eerst onze zorgen delen met ouders, delen zij die zorgen ook. Vervolgens stellen wij voor om te gaan observeren. We gebruiken daar het observatieformulier m.b.t. ontwikkelingsachterstanden voor. Indien onze zorgen te maken hebben met het vermoeden van (seksuele) mishandeling of verwaarlozing dan zal het kinderdagverblijf in gesprek gaan met de betreffende ouders. Zowel de pedagogisch medewerker als de leidinggevende zullen dit gesprek aangaan. Indien er na dit gesprek nog steeds vermoedens zijn volgen wij de route die in de meldcode kindermishandeling staat omschreven. In dit geval zal er een melding gedaan worden bij de betreffende instanties. Vervolgens spreken wij af wie wat gaat doen: Wie gaat er observeren. Wat kunnen we doen (bijvoorbeeld in kleinere groepjes specifiek ontwikkelings gerichte activiteiten aanbieden zoals extra voorlezen, behendigheid parcours uitzetten, splitsten van de groep zodat er beter op gedrag gecorrigeerd kan worden). Wie nodigt de ouders uit voor een gesprek. Evalueren dit met de volgende werkbespreking, indien nodig eerder. Kinderdagverblijf Evy biedt de medewerksters interessante stukken uit de vakbladen aan, workshops zoals “Werken met prentenboeken” en “logopedie”) aan zodat vakkennis blijft groeien. Het kinderdagverblijf verwacht dat elke medewerkster actief haar vakkennis op peil houdt en verder ontwikkelt waardoor er tijdig een ontwikkelingsachterstand of bijzonderheden in de ontwikkeling gesignaleerd kunnen worden. Als er door een pedagogisch medewerkster bijzonderheden in de ontwikkeling worden gesignaleerd heeft zij de plicht om dit te bespreken met haar collega’s en leidinggevende. Indien collega’s en leidinggevende hetzelfde signaleren worden de ouders hiervan op de hoogte gebracht. Ouders worden uitgenodigd voor een gesprek, wij geven dit niet telefonisch door of even snel aan het einde van de dag. Wij maken onderscheid in wel en niet zorgwekkende ontwikkelingsbijzonderheden.
Niet zorgwekkende ontwikkelingsbijzonderheden: Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen wijze. Sommige zijn wat sneller met het een, anderen weer met het ander. Als kinderdagverblijf kunnen wij inspelen op de behoefte en interesse van het kind. Ook kunnen wij kinderen stimuleren en prikkelen nieuwe dingen uit te proberen. Vaak gaat een kind helemaal op in een ontwikkeling, bijvoorbeeld de grove motoriek. Hij heeft alleen nog maar oog om te klimmen, rennen, springen, rollen etc. Als kinderdagverblijf kunnen we goed voorzien in deze behoefte, als hij uitgerend is kunnen we een boekje gaan lezen om de taalontwikkeling te bevorderen. Een kind kan tijdelijk even stil staan met zijn ontwikkeling door factoren van buitenaf. Bijvoorbeeld als er een broertje of zusje is geboren of het kind is verhuist naar een ander huis. Indien zo’n situatie zich voordoet is het belangrijk dat bij het kinderdagverblijf alles vertrouwd blijft.
Wel zorgwekkende ontwikkelingsbijzonderheden: Als een kind op meerdere gebieden achterblijft in zijn ontwikkeling kan dit zorgwekkend zijn. Wij zijn geen arts dus wij stellen geen diagnose, wij adviseren ouders om de zorgen van het kinderdagverblijf te delen met het consultatiebureau. Indien wij van mening zijn dat er snel gehandeld moet worden adviseren wij de ouders om naar de huisarts te gaan. Bij het advies aan de ouders zullen wij duidelijk aangeven wat onze zorgen zijn en bij wie ze moeten zijn voor verdere ondersteuning. We geven dus een gericht advies bijvoorbeeld, fysiotherapie, logopedie, op het gebied van gedragsproblemen enz.
Signaleren
Als er een kindje in ons midden is met een zorgwekkende ontwikkelingsachterstand kijken we eerst in het team welke pedagogisch medewerkster hier ervaring in heeft of meer kennis van heeft. Deze pedagogisch medewerkster zal dan de mentor van dit kindje worden. Op dit moment is er een pedagogisch medewerkster in dienst die door eigen kinderen actief begeleid is op de poep en plas poli. Zij heeft hier ervaring in opgebouwd. Zij zal kinderen onder haar hoede nemen die moeite hebben met zindelijk worden.
Als we tijdens de werkbespreking de zorgen delen omtrent een ontwikkelingsachterstand of gedragsprobleem dan nodigen we de ouders uit om dit te bespreken. Afhankelijk van de zorg kunnen we het volgende vragen: Herkennen de ouders onze zorg Delen de ouders onze zorg Hebben de ouders zelf al actie ondernomen Zo ja: Willen de ouders ons hierbij betrekken, mogen wij contact opnemen met de betreffende specialist om meer informatie te krijgen of hebben zij zelf informatie wat ze met ons kunnen delen. Zo nee: Dan geven wij de ouders een gericht advies om naar een hulpverlenende instantie of specialist te gaan. Ook bieden wij aan om het kind te gaan observeren door middel van een observatieformulier.
De mentor van het kind gaat deze observaties doen. Dit gebeurt wekelijks zodat er over een aantal weken een duidelijk beeld ontstaat. Deze observaties kunnen ook meegegeven worden aan de ouders voor de desbetreffende specialist, hulpverlenende instantie of basisschool.
Bij het observatieformulier vullen we 5 dingen in:
1. De reden van het observeren, wat is de zorg.
2. De observatie, wat zien we daadwerkelijk?
3. Het plan van aanpak, wat gaan we doen?
4. Evaluatie, heeft het effect, moeten we iets ander gaan proberen, hebben we hulp van buitenaf nodig

Kinderdagverblijf Evy
Dagindeling
Het kinderdagverblijf hanteert een vast dagprogramma. De leidsters willen zo structuur in de dag aanbrengen met als doel veiligheid en duidelijkheid creëren.
07:30 09:50 uur De kinderen worden gebracht en er is ruimte voor de ouders om een kopje koffie of thee te drinken. De kinderen mogen vrij spelen.
10:00 10:30 uur De kinderen gaan opruimen en daarna aan tafel zitten om fruit te eten en wat te drinken
10:30 11:30 uur Er is tijd voor een activiteit. Deze kan bestaan uit een knutselactiviteit, met de blokken spelen, naar buiten gaan etc. Dit verschilt per dag.
11:30 12:30 uur De kinderen gaan opruimen, kleren uit, pyjama aan om aan tafel te gaan en een broodje te eten.
12:30 15:00 uur De meeste kinderen slapen om deze tijd, vaak hebben de baby’s hun eigen ritme en kunnen de leidsters wat extra aandacht aan hen besteden.
15:00 – 15:30 uur De kinderen eten aan tafel een koekje en drinken nog wat dixap
15:30 – 17:00 uur Weer tijd voor een activiteit
17:00 – 18:15 uur In dit uur worden de kindjes opgehaald en mogen ze vrij spelen
Gewoontes
Naast het vaste dagprogramma heeft het kinderdagverblijf haar vaste gewoontes. Zo zingen de leidsters voordat de kinderen gaan eten en drinken het liedje:

Smakelijk eten, smakelijk eten
Hap, hap, hap, slok, slok, slok
Dat zal lekker smaken, dat zal lekker smaken
Eet maar op drink maar op

De kinderen zingen mee of luisteren naar het liedjes en houden op met praten, schreeuwen of andere dingen waar ze mee bezig zijn. Ze weten dat het nu tijd is om te eten en te drinken.
Voordat de kinderen aan tafel gaan moeten ze hun handen wassen, de oudste kinderen doen dit zelf en de jongere kinderen worden door de leidsters geholpen.
Voor het middageten mogen de kinderen zichzelf uitkleden en hun kleren in een zakje doen. Elk kind krijgt een schone luier. Na het eten gaan alle kindjes direct door naar bed. Ieder kind heeft een eigen bedje, een eigen speen en een eigen knuffel. Soms wordt er nog een verhaaltje verteld. De leidster blijft er even bij zitten tot de kinderen slapen.
Rustuurtje
Kindjes die ’s middags niet meer slapen, hebben een rustuurtje. Dit houdt in dat ze van 13:00 – 14:00 uur rusten op een matras.
Rustmomenten
Wanneer het op de groep druk is omdat de kinderen onrustig zijn en ze bijvoorbeeld veel rennen en lawaai maken, kiezen we voor een moment van rust. We brengen rust door met de kinderen aan tafel liedjes te zingen, een boekje te lezen of te gaan knutselen. Soms neemt een leidster een groepje apart om een activiteit te gaan doen.
Verticale groep
Het kinderdagverblijf heeft elke dag een groep van 15 kinderen tussen de 0 – 4 jaar (een zogenaamde verticale groep). De kinderen komen over het algemeen naar het kinderdagverblijf vanaf 3 maanden. Maximaal zijn er 6 baby’s (jonger dan 1,5 jaar) aanwezig. In de maand waarop het kindje 4 jaar wordt houdt de dagopvang op per de 15e of 30e van de maand. Kinderen die voor de 15e 4 jaar worden voor de 15e. Kinderen die voor de 30e 4 jaar worden op de 30e.
Een verticale groep heeft bepaalde voordelen. Het idee is dat kinderen van elkaar leren door te imiteren. Zo kunnen jongere kinderen van oudere kinderen leren door naar ze te kijken en samen met ze te spelen. Andersom leren oudere kinderen ook van de jongere. Ze leren dat ze voorzichtig moeten zijn omdat de kleinsten kwetsbaar zijn.In een verticale groep wordt de thuissituatie, in het geval van jongere of oudere broertjes of zusjes, ook meer benaderd dan in een groep met kinderen van dezelfde leeftijd. Als de oudere kinderen slapen is er meer ruimte om iets met de jongere kinderen te gaan doen.
Er kunnen ook nadelen aan een verticale groep zitten. Het is bijvoorbeeld moeilijk om iets gezamenlijks te doen. Het kinderdagverblijf probeert dit op te lossen door de sommige activiteiten apart door de oudere kinderen te laten doen. De groep wordt dan in tweeën gesplitst.

* Waarvan maximaal acht kinderen van 0 jaar.

Al ons personeel heeft een passende beroepskwalificatie zoals in de cao kinderopvang is opgenomen. Dit is veelal een MBO diploma pedagogisch medewerker (SPW of PW) of gelijkwaardig diploma. Verder zijn wij een erkend stage bedrijf en werken wij met BBL of BOL stagiaires
Daarnaast komt het natuurlijk voor dat er door ziekte of vakantie inval op de groep staat. Een invalkracht, is in alle gevallen ook gediplomeerd. Wij proberen zoveel als mogelijk met vaste invallers te werken om de kinderen een zo veilig als mogelijk gevoel te geven. Dit lukt helaas niet altijd. De medewerkster die opent en de eerste overdracht regelt is in de meeste gevallen een vaste kracht. Als er een invaller werkt dan krijgt deze in alle gevallen een late dienst.
Er zijn 3 medewerkers in dienst met BHV diploma.
Extra dagen brengen
Het is mogelijk om het kind indien nodig een extra dag bij ons kinderdagverblijf te brengen. Dit kan alleen indien er een plek vrij is. Een losse extra dag kost 50 euro. Ook is het mogelijk een strippenkaart aan te schaffen. Voor 5 dagen betaal je dan 200 euro. Deze kaart is geldig tot het kind 4 jaar wordt. De extra dagen kunnen aangevraagd worden per mail.

Achterwachtregeling
Als onverhoopt een van onze medewerkers in de ochtend niet komt opdagen door wat voor redenen dan ook, dan hanteren wij onze achterwachtregeling. Maartje Benink, Patrice Kelders of Evelien Serpenti worden dan gebeld, door de medewerker die er wel is. Patrice en Evelien kunnen binnen 15 minuten aanwezig zijn, om de ontbrekende collega te vervangen.

Vierogenprincipe dagopvang (0-4 jaar)
Naar aanleiding van een zedenzaak in Amsterdam heeft de commissie Gunning in haar rapport de term vierogenprincipe geïntroduceerd. Het vierogenprincipe betekent dat altijd iemand moet kunnen meekijken of meeluisteren.
Het vier- ogenprincipe is voor convenantpartijen de basis voor veiligheid in de kinderopvang.
Het vierogenprincipe moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
• De uitvoering van het vierogenprincipe moet pedagogisch verantwoord en bedrijfseconomisch haalbaar zijn;
• De wijze waarop invulling wordt gegeven, is opgenomen in het pedagogisch beleidsplan;
• Ouders en oudercommissies worden jaarlijks geïnformeerd over de invulling van het vier-ogenprincipe op hun locatie (bijvoorbeeld via de website);
Het vierogenbeleid van kinderdagverblijf Evy werkt op de volgende manier
7.20 pedagogisch medewerkster van Evy arriveert en bereid alles voor om het dagverblijf te openen.
Pedagogisch medewerkster opent de gordijnen, deze moeten ten alle tijden geopend zijn, dit ivm met de sociale controle van buitenaf
Er is een camera in de speelruimte aanwezig die registreert wat de leidster doet en waar zij zich bevindt, tussen 7.20 en 9.00.
Om 8.30 of om 9.00 arriveert onze tweede pedagogisch medewerkster
Pedagogisch medewerkster zet de babyfoon op de baby slaapkamer (boven) aan
De toiletdeur van de kinderen staat open
De pedagogisch medewerkster mag na opening (7.20) zich alleen in de speelruimte bevinden zodat ze zichtbaar is voor de camera tot de 2e medewerkster is gearriveerd.
De camera registreert wat er in de verblijfruimte boven gebeurt. Mocht er een ouder op de groep zijn dan kan zij zich in overleg met de ouder even in een andere ruimte begeven
Pedagogisch medewerkster verblijft van 7.20 tot 9.00 in de groepsruimte
De beelden worden op een centrale computer bewaard, deze beelden zijn te bekijken door E. Serpenti
In de slaapkamers bevonden zich babyfoons, zodat als er meerdere leidsters zijn zij kunnen horen wat er zich in de slaapkamers afspeelt
Zindelijkheidstraining.
Tussen de 15 maanden en 4 jaar verwerft een kind één van zijn belangrijkste vaardigheden, namelijk de beheersing van zijn blaas. Zindelijk worden is een stadium in de ontwikkeling waarin het kind onafhankelijker wordt en het zelfvertrouwen groeit.
Het kinderdagverblijf heeft een potje en een kindertoilet. Op het kindertoilet heeft het kind een goed houvast.
Het is een feit dat de spieren en zenuwen die nodig zijn voor het effectief zindelijk kunnen zijn van een kind pas voldoende ontwikkeld zijn als hij minstens 16 maanden oud is. Het is meestal beter te wachten tot het kind 20 maanden is. De leidsters letten op signalen van het kind. Er zijn een aantal belangrijke signalen waaruit je kunt concluderen dat een kind rijp is om te beginnen met een zindelijkheidstraining. Het kind geeft bijvoorbeeld aan dat hij een schone luier wil omdat hij beseft dat de luier nat en vies is. Een ander signaal kan zijn dat het kind nog steeds droog is als je na een paar uur de luier verschoond. Daarnaast beginnen de leidsters met de zindelijkheidstraining op verzoek van de ouders.
De leidsters stimuleren de kinderen om op het potje of het kindertoilet te gaan plassen. Er worden verschillende boekjes gelezen, en er wordt uitgelegd wat een potje is, of wat de oudere kindjes gaan doen als ze naar de wc gaan. Een peuter zal zelf aangeven wanneer hij aan de volgende stap in zijn ontwikkeling toe is. Als je gaat dwingen kan dit averechts werken en kan de peuter een afkeer krijgen van het potje of het kindertoilet. Een gestrest kind plast eerder in zijn broek omdat hij zich onzeker voelt.
Als de peuter op het potje of het kindertoilet heeft geplast belonen de leidsters met complimentjes en stickers. De eerste paar keer dat een peuter op het potje zit en het alleen al probeert krijgt hij een sticker, dit is om hem te stimuleren vaker op het potje te gaan zitten.
Bij een grote boodschap krijgt de peuter twee stickers. Als het een tijdje goed gaat zullen de leidsters minder vaak stickers geven en kan het plassen voor de peuter een gewoonte worden. Voor de ouders is het belangrijk om reservekleren mee te geven.
Bij ieder kind werkt een zindelijkheidstraining weer anders. Samen met de ouders proberen de leidsters een weg te zoeken die aansluit bij het individuele kind. Zo hebben de leidsters regelmatig contact, om te horen hoe het thuis gaat.

Wendagen
Wennen aan een nieuwe omgeving
Voor het wennen werken wij volgens ons wenbeleid. Ons wenschema wordt in overleg met de ouders en de pedagogisch medewerkers samen ingevuld.
Doorgaans neemt de wenperiode maximaal 5 dagen in beslag. De eerste dag komt een van de ouders met het kind gezamenlijk naar het kinderdagverblijf voor een intake gesprek. Dit gesprek duurt ongeveer een half uurtje. Hierbij vragen de medewerkers ook naar alle gewoontes en kenmerken van het kind, zoals hoe hij of zij getroost kan worden, wat de eetgewoontes zijn etc. Na het intake gesprek gaat de ouder naar huis en blijft het kind nog 1,5 uur wennen.
Bij de tweede en derde dag blijft de ouder alleen in het begin een kwartier en gaat daarna weg. Het kind went dan de tweede dag 4 uurtjes en dit wordt steeds met 2 uurtjes verlengd. Gemiddeld kan een kind vanaf de vijfde dag gewoon op de reguliere tijden worden gebracht.
Het wennen begint in de contractperiode. Dus de eerste dag van het contract is de eerste wendag.
Wennen is bij ieder kind anders en bovenstaande is ook een veralgemenisering. Bij u kind kan het ook langer duren. Over het algemeen kan worden gesteld dat jong kinderen (<6 maanden) makkelijker wennen dan iets oudere kinderen. Soms kan het ook zo zijn dat de wenperiode te vroeg is afgesloten en er opnieuw moet worden opgebouwd. De wenperiode is overigens niet alleen belangrijk voor het kind, maar zeker ook voor de ouder. Activiteiten Inleiding Op het kinderdagverblijf spelen de kinderen een groot deel van de dag zelf. Dit vrije spel heeft een aantal belangrijke functies. Naast het vrije spel worden er door de leidsters verschillende activiteiten gedaan. Geen van de activiteiten staan vast. Per dag wordt er gekeken welke spelletjes en activiteiten gedaan worden. Hieronder zullen de verschillende spelvormen en activiteiten beschreven worden met hun belangrijkste doelen. Activiteiten met peuters Vrij spel Zoals gezegd spelen de kinderen veel zelf. Soms spelen ze dan alleen, maar meestal met andere kinderen. Kinderen leren veel door volwassenen te imiteren. Wanneer een kind het ‘volwassen’ leven naspeelt noem je dat imitatiespel. De kinderen ‘koken’ in de keuken, ze ‘verzorgen’ de poppen en spelen bijvoorbeeld doktertje. Dit imitatiespel wordt met het aanwezige speelgoed gestimuleerd. Naast imitatiespel spelen de kinderen ook vaak een fantasiespel. Ze spelen bijvoorbeeld dat ze dieren zijn of televisiehelden en verzinnen zo hun eigen verhaal. Dit spel is belangrijk voor een goede ontwikkeling van de fantasie, met een daarbij horend juist besef van wat werkelijk is en wat niet. Vrij spel heeft verschillende belangrijke functies. Alle vier de ontwikkelingsdomeinen worden door spel gestimuleerd. De kinderen spelen bijvoorbeeld met allerlei verschillend materiaal. Zo leren zij de mogelijkheden van materiaal kennen en leren zij de betekenis van materiaal. Met een bal kun je gooien en voetballen met een kopje gooi je niet, maar daar drink je uit etc. Door spel wordt dus de cognitieve ontwikkeling gestimuleerd. Spelenderwijs wordt zowel de grove als de fijne motoriek gestimuleerd. De kinderen rennen achter elkaar aan, gooien of rollen met ballen, of maken bouwwerken van blokken. Vanuit de leidsters is het goed om veel verschillende dingen aan te bieden; bijvoorbeeld buiten spelen, klauteren, op hellingen of kussens lopen. Een variatie aan prikkels stimuleert namelijk de motorische ontwikkeling. Doordat de kinderen met elkaar spelen leren zij ook op het sociale en emotionele vlak. Zingen en dansen Op verschillende momenten van de dag worden er liedjes gezongen. Meestal net voor of na het eten als de kinderen aan tafel zitten. Het zingen van liedjes heeft als belangrijkste functie het stimuleren van taal en spraak. Daarnaast bevordert het een gevoel van ritme. Op het kinderdagverblijf zijn allerlei muziekinstrumenten aanwezig. Naast het zingen is er dus ook de mogelijkheid om muziek te maken. Ook dansen de kinderen en de leidsters op muziek van een cd of op zelf gezongen liedjes. Zowel het zelf muziek maken en het dansen is goed voor ritmegevoel. Dansen zorgt ervoor dat een kind zijn lichaam leert kennen en veel evenwichtsprikkels krijgt. Boekjes lezen Op de vensterbank in het raam is voor de oudere kinderen een gezellige voorleeshoek gecreëerd met lekkere grote kussens om in weg te kuipen. Wanneer een leidster een boekje voorleest aan alle kinderen dan zitten ze om haar heen zodat iedereen het boekje zien en het vergroot de interactie tussen de leidster en de kinderen. Het voorlezen is goed voor spraak en taalontwikkeling. De verhaaltjes zijn zeer divers en hebben allemaal een ander thema. Zo worden er boekjes gelezen om kinderen de betekenis van woorden te leren. Ook leren zij de namen van de lichaamsdelen en bijvoorbeeld het herkennen en benoemen van kleuren. Andere verhaaltjes, bijvoorbeeld sprookjes, stimuleren de fantasie en de gewetensontwikkeling. De kinderen kunnen dingen in een boek aanwijzen of benoemen, waardoor er communicatie over en weer plaatsvindt tussen de leidster en de kinderen. Luisteren vormt ook een groot onderdeel van boekjes lezen. Concentratie is daarbij belangrijk. Door het stellen van vragen leren de kinderen luisteren, adequaat antwoord geven, maar ook geduld opbrengen en op de beurt wachten. Knutselen Er wordt veel geknutseld met de kinderen. Er wordt ervan uitgegaan dat het meeste werk vanuit de kinderen komt. Allerlei verschillende thema’s komen bij het knutselen aan bod. Te denken valt aan de seizoenen, maar ook aan speciale dagen in het jaar zoals koningsdag, Moederdag, Vaderdag etc. De kinderen kunnen plakken en verven, tekenen en kleien. Er is veel verschillend materiaal aanwezig, van papier tot stof en van krijt tot verf. Met het knutselen leren de kinderen hoe bepaald materiaal voelt en hoe je het kan gebruiken. De kinderen leren de namen van de verschillende materialen en kleuren. Daarbij is het bezig zijn met divers knutselmateriaal goed voor de fijne en sensorische motoriek. Activiteiten met baby’s Baby’s slapen gemiddeld 18 uur per dag. Het grootste deel van de tijd op het kinderdagverblijf is het kind aan het slapen. Wanneer het kind wakker is worden er rustige activiteiten met het kind gedaan. In ieder geval wordt er ten alle tijden een rustige plek voor de baby gezocht. Bijvoorbeeld in de box, in de babyswing of op het kleed, waar alleen de baby’s op mogen. Bij baby’s en peuters staat de sensorische ontwikkeling, het leren via de zintuigen centraal. Het kind leert onderscheid maken tussen zichzelf en zijn omgeving. Zodra het kind wat mobieler wordt zal het zijn omgeving gaan verkennen. Aan alles wordt gevoeld en geproefd. Het kind gaat leren dat het invloed kan uitoefenen op zijn omgeving. De sensorische ontwikkeling wordt in de omgang met de baby’s zo veel mogelijk gestimuleerd. Dit vindt voornamelijk plaats door het aanbieden van verschillend speelgoed. Het speelgoed geeft prikkels die het kind uitnodigen om te gaan bewegen. Eveneens is de manier van dragen, oppakken en verzorgen van een baby van invloed op de motorische ontwikkeling. Als je de baby bijvoorbeeld over je schouder legt (gezicht naar achteren) en bij het bekken vasthoudt, leert de baby zijn bovenlichaam onder controle te krijgen. Tevens is het belangrijk om het kind op verschillende plekken neer te leggen en af te wisselen met buik en rugligging. Wanneer kinderen op hun buik liggen, leren zij bijvoorbeeld controle te krijgen over hun hoofd. Ze leren strekken en oprichten. Ook is het goed om baby’s op verschillende ondergronden te leggen. Op een kleed heeft een kind meer houvast en dat zal eerder uitnodigen om te bewegen. Door het kind te dragen en te wiegen wordt het evenwicht gestimuleerd. Daarnaast wordt er ook geoefend met zitten staan en lopen. Ook wordt er veel gepraat met de baby’s en de leidsters zingen liedjes. Dit is goed voor de verbale en sociale ontwikkeling. Buiten spelen Bij mooi weer kan er gespeeld worden in de tuin. Te denken valt aan: met water spelen in een badje, fietsen, steppen, met ballen spelen, klimmen, in de zandbak, of in het speelhuisje. In de tuin is verschillend materiaal aanwezig. Buiten mogen de kinderen zoveel mogelijk vrij spelen. In de zomer eten we ook vaak buiten. We mogen in overleg met de buurt vanaf 10:30 uur naar buiten tot 18:00 uur. Als er kinderen huilen, gaan we hiermee naar binnen in verband met overlast voor de buurtbewoners. Ook is er de mogelijkheid om met een aantal kinderen met de bolderkar op pad te gaan. Zo kunnen kinderen de dingen op straat waarnemen en leren kennen. Soms wordt er een park met een speeltuin aangedaan, waar kinderen volop kunnen spelen. Speelgoed Het meeste speelgoed kunnen de kinderen zelf pakken. Klein materiaal ligt in een speelgoed mand. Te denken valt aan poppen, knuffels, ballen, blokken rammelaars enz. Daarnaast hebben we een kast waarin we speelgoed gesorteerd opruimen. In deze kast zitten de keukenspullen, auto’s speelgoeddiertjes, puzzels en babyspeelgoed. In de speelruimte staat een keukentje, er is een schommel, een scippypaard, en er zijn verschillende loopwagentjes, kussens, en bedjes voor de poppen. Ook hebben we een kaptafeltje met een spiegel en een winkeltje. Met enkele soorten speelgoed mag alleen aan tafel worden gespeeld in verband met kleine onderdelen zoals puzzels, spelletjes, het kasteeltje, de kassa etc. Het speelgoed wordt regelmatig gecontroleerd en schoongemaakt. Kapot speelgoed wordt indien mogelijk gerepareerd en wanneer dit niet mogelijk is wordt het weggegooid in verband met de veiligheid. Zeer klein materiaal is niet aanwezig. In verband met de rondkruipende baby’s is dat niet verantwoord. De kinderen mogen geen speelgoed van thuis meenemen. In onze visie is het speelgoed voor en van iedereen. Wanneer een kind iets zelf meebrengt kan het moeite hebben met delen en dat zou onnodige onenigheid met zich mee kunnen brengen. Een uitzondering is het meebrengen van knuffels. Een knuffel mag meegenomen worden voor in bed bij het slapen. Veiligheid Het kinderdagverblijf is zo ingericht dat het zo veilig mogelijk is voor de kinderen. Hierbij moet u denken aan de veiligheidsstrips, afgeschermde radiatoren, schoonmaakmiddelen hoog opgeborgen, begrensde kranen enz. Dit allemaal volgens de GGD normen. Toch kan het gebeuren dat een kind zich bezeerd of valt. Vallen hoort erbij en is over het algemeen niet erg. Het kind leert daardoor op zichzelf te vertrouwen, zichzelf op te vangen en snel te reageren. Wij zullen het altijd melden als een kind zich bezeerd heeft. Als het ernstig is direct en anders aan het eind van de dag bij het halen. Bij het buitenspeelgoed is gekozen voor niet te hoge klimtoestellen, zodat de jongste kinderen ook ongestoord en veilig kunnen spelen. Verjaardagen Ieder kind mag zijn verjaardag op het kinderdagverblijf vieren. In overleg met de ouders wordt er een dag afgesproken. Die dag is de speelruimte versierd met slingers en eventueel ballonnen. Een verjaardag wordt altijd om 10:00 uur gevierd. Ouders moeten zelf aangeven of ze hierbij willen zijn of niet. Er wordt gezongen en het kindje krijgt een cadeautje. We willen de ouders zoveel mogelijk vragen om een gezonde traktatie en geschikt voor alle leeftijden te verzorgen. Mocht je er niet uitkomen dan kun je altijd met de leidsters bespreken wat wel of niet verstandig is. Feestdagen Aan alle feestdagen wordt aandacht besteed door middel van verhaaltjes, liedjes, en knutselwerkjes. Dit zijn dagen als Koningsdag, Pasen, Moederdag, Vaderdag, dierendag, Sint Maarten Sinterklaas, kerst enz Rond 5 december vieren wij het Sinterklaas feest. Alle kinderen en ouders worden voor deze gelegenheid uitgenodigd. We zingen gezamenlijk Sinterklaasliedjes. Ieder kind krijgt een presentje en er kan een hapje en een drankje genuttigd worden. Houd er rekening mee dat het kinderdagverblijf op vijf december iets eerder sluit. Voeding, ziekte en hygiëne Voeding Op het kinderdagverblijf wordt gezond gegeten. Wij bieden een biologische lunch en biologische tussendoortjes ’s aan. Morgens krijgen de kinderen fruit, tussen de middag eten ze een (biologische) bruine boterham en in de middag krijgen ze een (biologisch) tussendoortje. Bij het brood eten krijgen de kinderen eerst een broodje met worst of kaas. Daarna mag er zoet beleg op brood worden gegeten. Als de ouders wensen dat hun kind vegetarisch eet, dan houden de leidsters daar rekening mee. Indien het kind allergisch is voor bepaalde producten is het belangrijk dat ouders dit duidelijk en goed doorgeven. Wanneer de kinderen een bepaald dieet volgen, dienen ouders dit zelf mee te brengen. Voor de flesbereiding voor de baby’s wordt Nutrilon 1 en 2 gebruikt. Ziekte Het kinderdagverblijf kan geen zieke kinderen toelaten in verband met eventueel besmettingsgevaar. De leidsters hanteren hiervoor de GGD normen en waarden. Indien het kind niet ingeënt is, diarree of koorts (38.5C) heeft, hangerig of huilerig is of een besmettelijke ziekte heeft of in de omgeving is geweest van iemand met een besmettelijke ziekte, kan een kind niet toegelaten worden. Ouders dienen dit aan het begin van de dag te melden aan de leidsters. Wij adviseren kinderen die met koorts opgehaald zijn een dag thuis aan te laten sterken. Ouders moeten ten aller tijden bereikbaar zijn. In noodgevallen heeft het kinderdagverblijf een huisarts in de buurt. Hygiëne Naar aanleiding van de Risico inventarisatie en Evaluatie Gezondheid en Hygiëne van de GGD, is er door het kinderdagverblijf een plan opgesteld hoe hiermee om te gaan. Voor meer vragen hierover kunt u bij de leidsters terecht. EHBO Op het kinderdagverblijf zijn er 3 leidsters met een BHV diploma. Daarnaast streven we ernaar om elk jaar alle leidsters een verkorte kinder-EHBO te laten volgen. Ook de ouders zijn hiervoor uitgenodigd. Overig Kinderdagverblijf Inspectie Ieder jaar komt de kinderdagverblijfinspectie het kinderdagverblijf inspecteren. Deze controleert de veiligheid, hygiëne, het personeel en of het kinderdagverblijf zich aan de regels houdt. De uitkomst van dit rapport is voor iedereen op het internet terug te vinden. Boekjes Wij houden geen boekjes bij voor de kinderen. Mochten er vanuit de ouders deze wens zijn dan willen wij hier graag aan meewerken. Telefoonnummers Het is van belang dat ouders telefoonnummers achter laten, waar ze die dag bereikbaar zijn. Telefoonnummers van thuis, werk en eventuele noodnummers moeten bij de leidsters bekend zijn. Alle nummers zijn terug te vinden op onze telefoonlijst. Het telefoonnummer van het kinderdagverblijf is: 020-6427464. En bij noodgevallen 06-28849921