Uitgelicht bericht

Pedagogische tips

Op deze pagina worden pedagogische tips gegeven voor thuis, maar hier krijg je ook een beeld van hoe er bij Kinderdagverblijf Evy gewerkt wordt. 

Onze werkwijze en visies zijn geïnspireerd op het pedagogische gedachtengoed van Emmi Pikler (kinderarts en pedagoog) en Thomas Gordon (klinisch psycholoog). Dit zie je terug in verschillende aspecten zoals; hoe de groep is ingericht, hoe wij de kinderen laten spelen, hoe wij de kinderen verzorgen en hoe wij met en tegen de kinderen praten. De pedagogisch coach bij Kinderdagverblijf Evy, volgt de Emmi Pikler opleiding en is hier al aardig in thuis. De leidsters bij Evy worden dan ook door haar gecoacht om de pedagogische visie van Emmi Pikler toe te passen. Wil je weten wat deze visie inhoudt dan verwijzen wij jullie naar deze link. Ook zijn er al redelijk wat boeken geschreven, deze kun je vinden op de website van de Emmi Pikler Stichting Nederland.

 

Opruimen

Tip: Opruimen
Het opruimen van speelgoed kan soms leiden tot conflicten tussen ouders en kinderen. Zorg er daarom voor dat er niet meer speelgoed ligt waar je kind bij kan dan jij als ouder aan kan om dagelijks op te ruimen. Zet speelgoed waar je kind al een hele poos niet meer naar omkijkt een tijdje weg en biedt het een paar weken later weer eens aan. Zorg zelf door de dag heen voor het ordenen van het spelmateriaal. Door het af en toe weer “leuk” neer te zetten gaat je kind er vaak ook weer “leuk” mee spelen en op deze manier wordt het niet te snel een chaos. Van je kind hoef je pas te verwachten dat hij/zij meehelpt met opruimen, als hij/zij een jaar of drie is; voor die tijd is het speelgoed in een mand stoppen en er weer uitgooien nog een spel. Aan opruimen als taak/plicht is een kind pas toe als het ongeveer de schoolleeftijd bereikt. Je kunt natuurlijk wel zelf beginnen met opruimen en vaak wil je peuter je dan graag helpen en op deze manier wordt het opruimen een gezamenlijke activiteit die voldoening en plezier schenkt. Als kinderen voor de schoolleeftijd niet na elk speelmoment worden gedwongen om het speelgoed op te ruimen, zullen zij later makkelijker bereid zijn om dit zelf te doen.

Tips bij opruimen in het kort:
• Zorg voor niet te veel speelgoed
• Zet soms iets weg of introduceer iets weer als “nieuw”
• Herschik/orden het speelgoed door de dag heen
• Verwacht niet te veel van je kind
• Begin zelf met opruimen en reageer enthousiast als je kind helpt

10 Basis eet-tips

Tip: 10 Basis eet-tips
10 Tips die kunnen helpen tijdens de welbekende “lust ik niet” fase.

1. Betrek je kind bij het gehele proces. Doe samen boodschappen en vertel alvast wat jullie nodig hebben voor ingrediënten voor in het gerecht.
2. Laat je kind helpen in de keuken bij het klaarmaken van het eten of laat je kind bijvoorbeeld helpen met de tafel dekken.
3. Kleed het eten leuk aan. Wees hierin creatief! Maak het bord leuk op door een leuke vorm te gebruiken of door mooi bestek te gebruiken of zing een leuk liedje wat bij het eten past.
4. Houdt de sfeer ontspannen aan tafel. Ga niet in op negatieve uitlatingen van je kind over het eten, maar geef zelf het goede voorbeeld en ga rustig door met eten.
5. Schep kleine porties op. Op deze manier hoeft je kind niet tegen een berg eten op te kijken. Het kan je kind ook een positief gevoel geven als het wel een keer lukt zijn bord leeg te eten. Je kunt daarna altijd nog een portie opscheppen.
6. Proeven! Laat je kind altijd zo veel mogelijk verschillende producten proeven (ook al is het maar een hapje). Ken ik niet, dus lust ik niet is onzin! Eten is ook een kwestie van oefenen en experimenteren met verschillende smaken.
7. Wees consequent! Maar blijf altijd als het om eten gaat rustig en duidelijk. Je wil geen ruzie en strijd aan tafel over eten. Herhaal de regels die jullie hebben aan tafel bijvoorbeeld: altijd een hapje proberen. En als je kind het eten weigert te eten geef dan geen boterham of toch alvast een toetje! Probeer ook geen tussendoortjes te geven voor het avond eten en ook geen eten in de nacht of een fles als ze honger hebben gekregen. Op deze manier houd je slechte eetgewoontes in stand, omdat je kind erop rekent dat het toch nog wel wat anders krijgt. Je zorgt er als ouder altijd voor dat je kind gezond is en genoeg eet, dus wees niet bang dat je kind een keer honger heeft omdat het weigerde zijn avond eten te eten!
8. Eten doen we aan tafel. Wil je kind van tafel, dan is dat goed maar dan is het eetmoment voorbij.
9. Dwing kinderen nooit meer te eten dan ze kunnen. Vol is vol! Eten moet iets leuks en positiefs zijn. Weigeren ze helemaal om te eten, laat dit dan gebeuren en schenk er niet te veel aandacht aan en geef geen alternatief wat ze wel lusten. Maar stop nooit tegen hun wil iets in hun mond onder dwang! Dit is emotioneel heel schadelijk en doet hun relatie met eten niet goed.
10. Eten is opvoeding! Dus geef altijd zelf het goede voorbeeld, laat je kind zien dat jij erg kan genieten van gezond eten en vertel hoe het smaakt. Laat ook zien dat je moeite hebt gedaan om het eten klaar te maken.

Tip 12 De ik-boodschap

De ik-boodschap 

Bij Evy proberen wij zoveel mogelijk met respect te communiceren met kinderen hiervoor maken wij onder andere veel gebruik van de ik-boodschap uit de communicatiemethode van Gordon (boek: Luisteren naar kinderen – Dr. Thomas Gordon). 

De ik-boodschap is er om een ander duidelijk te maken wat jouw gevoelens en behoeftes zijn. Het is vooral belangrijk om eerlijk te zijn over je gevoelens en gedachten. Niets is onduidelijker voor een kind dan dat je als ouder/verzorger non-verbaal uitstraalt dat je ergens van baalt maar dit niet zegt. Gordon noemt dit ook wel schijnacceptatie. Als je houding daarentegen overeenkomt met wat je zegt, ben je open en eerlijk en begrijpt het kind wat je bedoelt.

Bij het formuleren van een ik-boodschap houd je rekening met drie dingen: 

1.Het gedrag van het kind benoemen.

2.Het gevoel dat jou dit geeft benoemen.

3. De gevolgen van het gedrag van het kind benoemen. 

Situatie: Een moeder wordt geschopt door haar kind: 

Voorbeeld Ik-boodschap: “Au, stop! dat deed echt pijn- ik houd er niet van geschopt te worden.”

Voorbeeld jij-boodschap: “wat ben jij een stoute meid, je mag niet zo gemeen schoppen.” 

4 redenen waarom je de ik-boodschap effectiever is dan een jij-boodschap:

  • Het roept minder weerstand op.
  • Het tast het gevoel van eigenwaarde van het kind niet aan.
  • De relatie tussen ouder/verzorger en kind blijft in stand. 
  • De verantwoordelijkheid ligt bij het kind, waardoor het kind creativiteit en intelligentie kan ontwikkelen.

Tip 11: Slaapt mijn kind genoeg?

 

Hoe weet je nou of je kind genoeg slaap krijgt en wanneer spreken we van een slaapprobleem en moet je hier wat aan gaan doen?

Het Nederlands Centrum voor jeugdgezondheidszorg heeft hier richtlijnen voor ontwikkeld “Gezonde slaap en slaapproblemen”. Daarin staat beschreven wat een gezonde slaap hoeveelheid is en wanneer dit dus afwijkt. Natuurlijk is dit wel afhankelijk van de leeftijd van je kind en de aanleg van je kind. Deze richtlijnen kun je hier lezen: https://www.ncj.nl/richtlijnen/alle-richtlijnen/richtlijn/gezonde-slaap-en-slaapproblemen-bij-kinderen

In deze richtlijnen wordt onder andere beschreven dat je aan je eigen kind doormiddel van drie kenmerken kunt zien of je kind voldoende slaap heeft. De volgende drie kenmerken geven aan of je kind gedurende een week goed slaapt:

  1. Je kind wordt doordeweeks zelf wakker en hoeft niet wakker gemaakt te worden.
  2. Als je kind in het weekend niet heel veel later wakker wordt als doordeweeks.
  3. Als je kind na een half uur na wakker worden zin heeft om te ontbijten, dan mag je aannemen dat je kind voldoende slaap heeft gehad.

Tip 10: Zelfstandig tot zit komen

Wij zijn bij Kinderdagverblijf Evy geïnspireerd door de pedagogische visie van Emmi Pikler. Een van de belangrijke thema’s uit haar werk is de vrije bewegingsontwikkeling. Deze keer deel ik graag wat tips hoe je je baby kunt ondersteunen om zelfstandig tot zit te komen.

  1. Zorg voor een veilige speelplek met een stevige platte ondergrond waar je baby zich zo vrij mogelijk kan bewegen en leg je baby op zijn rug neer.
  2. Biedt je baby zoveel mogelijk vloertijd aan, natuurlijk als de baby uitgeslapen is en geen honger heeft of last van andere dingen.
  3. Gebruik geen zithulpjes waar je kind een lange tijd vast in zit, deze lijken handig maar deze doen niets voor het brein en kunnen ertoe leiden dat de baby gaat compenseren door zijn bekken vast te zetten, wat de motorische ontwikkeling kan vertragen.
  4. Hou het spel van je baby zo lang mogelijk laag op de grond. Leg speeltjes naast je baby neer op de grond en gebruik geen speelgoed boven het hoofd. Laat de baby steeds opnieuw oefenen met alle bewegingen. Baby’s die gaan zitten, willen daarna niet meer zo graag platliggen en rollen.
  5. Richt je op het proces van het gaan zitten en niet op het resultaat (het echt zitten zelf dus) want alle bewegingen ook wel de overgangsbewegingen genoemd die voor het echte zitten komen zijn enorm belangrijk voor de motorische ontwikkeling. Dus laat je baby deze keer op keer weer oefenen!

Tip 9: Spel en speelgoed voor baby’s

Spelen en bewegen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als een baby 2-3 maanden is begint het met het ontdekken van de handen. De baby begint naar zijn handen te kijken en gaat ermee spelen. Dan is het tijd voor het eerste speeltje.

Bij Evy leggen wij de baby op zijn rug op een stevige ondergrond (grondbox) en zetten een boerenzakdoek in een punt naast de baby (zie bijlage!). Als hij dit goed kan grijpen en loslaten, bieden wij ook andere voorwerpen aan die makkelijk te pakken zijn zoals een plastic draadbal of een diertje van stof. En later ook plattere voorwerpen en wat zwaardere voorwerpen van bijvoorbeeld hout. Wij leggen de speeltjes op armafstand zodat de baby een beetje moet reiken om erbij te kunnen. Wij leggen ongeveer zoveel speeltjes neer als dat de baby in maanden oud is (rond zijn hoofd). Op deze manier dagen wij de ontwikkeling van de baby spelenderwijs uit.

Wat oudere baby’s gaan steeds meer bewegen en dit kan het kind ook heel goed zelf, daar hoeven wij hem niet bij te helpen. Wij zorgen alleen voor de juiste omstandigheden zoals een uitdagende omgeving en makkelijk zittende kleding. Deze periode is één en al herhaling en “gymnastiek” oefeningen. Wij geven een kind de ruimte om zich in zijn/haar eigen tempo te ontwikkelen. Wij leren een kind niks aan en brengen hem niet in een positie waar hij uit zichzelf niet in of uit kan komen.

Wij gebruiken geen mobile en/of babygyms. Deze hebben vaak veel kleuren en geluiden dit trekt daarom constant de aandacht van de baby (het lijkt daarom vaak dat de baby het reuze interessant vindt), maar de baby kan zich hier nog moeilijk van afsluiten en het kan daarom overprikkelend werken. Dit stimuleert de baby verder ook totaal niet om zelf te gaan bewegen en dus ontwikkelen. Daarnaast kan de baby het speelgoed wat boven hem hangt niet echt vastpakken en bijvoorbeeld verder ontdekken door het in zijn mond te stoppen.

In het kort:

  • Leg de baby altijd op zijn rug dit is altijd de uitgangspositie (ook als de baby al kan rollen, dan oefenen ze deze draai keer op keer).
  • Leg zoveel speeltjes als de baby oud is in maanden rond het hoofd neer.
  • Zorg voor goed zittende kleding, waarin de baby makkelijk kan bewegen (niet te klein/strak of met vervelende knopen, harde stof etc.).
  • Zorg dat je baby genoeg bewegingsvrijheid heeft om zich makkelijk te kunnen bewegen.
  • Zorg voor een stevige ondergrond, zodat je baby goed zijn hoofd kan bewegen, armen bewegen en oefenen met rollen en draaien (op te zachte kussens, dekens of vast in wippers en andere stoeltjes kan het kind niet vrij bewegen).
  • Zet je baby nooit in een positie waar het zelf niet in of uit kan komen.

Tip 8: Voorlezen

De Kinderboekenweek 2020 is begonnen (30 september tot 11 oktober)! Dit jaar is het thema: En toen… dus over de geschiedenis! Er zijn leuke boeken uitgekomen over de ijstijd, dinosaurussen tot ridders en romeinen. In deze week is er extra veel aandacht voor het belang van het (voor)lezen van boeken!

Want het voorlezen van boeken aan je kind heeft zo veel voordelen. Het is goed voor de taalontwikkeling en denkprocessen maar ook voor jullie band samen!

Maar hoe doe je dat nou goed voorlezen? Het is belangrijk dat je interactief voorleest. Dit houdt in dat je niet alleen de letterlijk tekst opleest maar dat je in gesprek gaat met je kind over het verhaal, noem hardop wat je denkt en ziet en vraag wat je kind denkt en ziet of hiervan vindt. Na een tijdje zal je kind wennen aan deze manier van lezen en hoef je steeds minder vragen te stellen en komt het gesprekje vanzelf!

Een tweede tip bij het voorlezen is de kracht van de herhaling. Kleine kinderen vinden het juist heel fijn als ze een boekje al vaker hebben gehoord, ze ontdekken steeds weer nieuwe dingen uit het verhaal en kunnen zich steeds beter inleven in de personages. Herhaling geeft ze houvast en het geeft daarom ook een veilig gevoel. Herhaling is een van de beste manieren om te leren. Door regelmatig dingen te herhalen kan een kind dit zich eigen maken. Het is ook leuk om met je kind een alternatief einde te bedenken voor het verhaal of om te vragen wat er daarna nog gebeurde. Op deze manier stimuleer je enorm allerlei denkprocessen, de taalontwikkeling en natuurlijk de fantasie van je kind!

Tips bij voorlezen:

  • Maak er een vast momentje samen van
  • Lees interactief voor
  • Herhaling
  • Andere dingen bedenken die niet in het verhaal staan

Tip 7: Gebruik de seizoenen

Een jaar kan voor een kind heel erg lang duren, ze hebben nog een heel ander tijdsbesef dan wij. Maar door gebruik te maken van de seizoenen kunnen wij onze kinderen helpen de kringloop van het jaar te volgen en zo meer besef van de tijd in het jaar te krijgen.

Dit kun je ook heel tastbaar en visueel maken door een kleine plek in het huis in te richten als seizoenstafel, plank of hoekje. Je kunt hier mooie materialen uit de natuur neerzetten die het seizoen weergeven. Nu is de herfst begonnen! Dus maak bijvoorbeeld een herfst-wandeling met je kind door de natuur en verzamel mooie bladeren, kastanjes en andere dingen om het seizoen en de tijd in het jaar vorm te geven!

6668E133-DC31-4E62-AFB3-EB904D592ACC

 

Tip 1: Zelfstandig spelen

Laat je kind zelfstandig spelen! Wij hechten veel waarde aan het vrije spel zonder sturende hulp van de volwassenen, want wij geloven dat dit een belangrijke basis biedt voor de ontwikkeling. Kinderen kunnen als de beste zelf spelen, wij als volwassenen moeten alleen zorgen dat de voorwaardes voor dit vrije spel geboden worden zoals: veiligheid, rust en voldoende en het juiste speelgoed. Bereid de ruimte voor door het speelgoed op een leuke manier neer te zetten, dan krijgt je kindje gelijk zin om er mee te spelen! Ga zelf op een afstandje zitten (niet te dicht erop) maar blijf beschikbaar en benoem duidelijk dat het tijd is voor je kind om zelf te spelen. Zet de TV of radio uit om je kind niet af te leiden. Het ene kind speelt gemakkelijker zelfstandig dan het ander, maar elk kind kan het leren en dit is enorm waardevol voor de creativiteit, het oplossend vermogen en het zelfbeeld van je kind. Dus blijf het oefenen!