Een dag bij Evy

Dagindeling

Het kinderdagverblijf hanteert een vast dagprogramma. De leidsters willen zo structuur in de dag aanbrengen met als doel veiligheid en duidelijkheid creëren.

07:30 – 09:50 uur De kinderen worden gebracht en er is ruimte voor de ouders om een kopje koffie of thee te drinken. De kinderen mogen vrij spelen.

10:00 – 10:30 uur De kinderen gaan opruimen en daarna aan tafel zitten om fruit te eten en wat te drinken

10:30 – 11:30 uur Er is tijd voor een activiteit. Deze kan bestaan uit een knutselactiviteit, met de blokken spelen, naar buiten gaan etc. Dit verschilt per dag.

11:30 – 12:30 uur De kinderen gaan opruimen, kleren uit, pyjama aan om aan tafel te gaan en een broodje te eten.

12:30 – 15:00 uur De meeste kinderen slapen om deze tijd, vaak hebben de baby’s hun eigen ritme en kunnen de leidsters extra aandacht aan hen besteden.

15:00 – 15:30 uur De kinderen eten aan tafel een koekje en drinken nog wat dixap

15:30 – 17:00 uur Weer tijd voor een activiteit

17:00 – 18:00 uur In dit uur worden de kindjes opgehaald en mogen ze vrij spelen

Gewoontes

Naast het vaste dagprogramma heeft het kinderdagverblijf haar vaste gewoontes. Zo zingen de leidsters voordat de kinderen gaan eten en drinken een liedje.

De kinderen zingen mee of luisteren naar het liedje en houden op met praten, schreeuwen of andere dingen waar ze mee bezig zijn. Ze weten dat het nu tijd is om te eten en te drinken.

Voordat de kinderen aan tafel gaan moeten ze hun handen wassen, de oudste kinderen doen dit zelf en de jongere kinderen worden door de leidsters geholpen.

Voor het middageten mogen de kinderen zichzelf uitkleden en hun kleren in een zakje doen. Elk kind krijgt een schone luier. Na het eten gaan alle kindjes direct door naar bed. Ieder kind heeft een eigen bedje, een eigen speen en een eigen knuffel. Soms wordt er nog een verhaaltje verteld. De leidster blijft er even bij zitten tot de kinderen slapen.

Rustuurtje

Kindjes die ’s middags niet meer slapen, hebben een rustuurtje. Dit houdt in dat ze van 13:00 – 14:00 uur rusten op een matras.

Rustmomenten

Wanneer het op de groep druk is omdat de kinderen onrustig zijn en ze bijvoorbeeld veel rennen en lawaai maken, kiezen we voor een moment van rust. We brengen rust door met de kinderen aan tafel liedjes te zingen, een boekje te lezen of te gaan knutselen. Soms neemt een leidster een groepje apart om een activiteit te gaan doen.

Verticale groep

Het kinderdagverblijf heeft elke dag een groep van 15 kinderen tussen de 0 – 4 jaar (een zogenaamde verticale groep). De kinderen komen over het algemeen naar het kinderdagverblijf vanaf 3 maanden. Maximaal zijn er 6 baby’s (jonger dan 1,5 jaar) aanwezig. In de maand waarop het kindje 4 jaar wordt houdt de dagopvang op per de 15e  of 30e van de maand. Kinderen die voor de 15e 4 jaar worden op de 15e. Kinderen die voor de 30e 4 jaar worden op de 30e.

Een verticale groep heeft bepaalde voordelen. Het idee is dat kinderen van elkaar leren door te imiteren. Zo kunnen jongere kinderen van oudere kinderen leren door naar ze te kijken en samen met ze te spelen. Andersom leren oudere kinderen ook van de jongere. Ze leren dat ze voorzichtig moeten zijn omdat de kleinsten kwetsbaar zijn.In een verticale groep wordt de thuissituatie, in het geval van jongere of oudere broertjes of zusjes, ook meer benaderd dan in een groep met kinderen van dezelfde leeftijd. Als de oudere kinderen slapen is er meer ruimte om iets met de jongere kinderen te gaan doen.

Er kunnen ook nadelen aan een verticale groep zitten. Het is bijvoorbeeld moeilijk om iets gezamenlijks te doen. Het kinderdagverblijf probeert dit op te lossen door de sommige activiteiten apart door de oudere kinderen te laten doen. De groep wordt dan in tweeën gesplitst.

Zindelijkheidstraining

Tussen de 15 maanden en 4 jaar verwerft een kind één van zijn belangrijkste vaardigheden, namelijk de beheersing van zijn blaas. Zindelijk worden is een stadium in de ontwikkeling waarin het kind onafhankelijker wordt en het zelfvertrouwen groeit.

Het kinderdagverblijf heeft een potje en een kindertoilet. Op het kindertoilet heeft het kind een goed houvast.

Het is een feit dat de spieren en zenuwen die nodig zijn voor het effectief zindelijk kunnen zijn van een kind pas voldoende ontwikkeld zijn als hij minstens 16 maanden oud is. Het is meestal beter te wachten tot het kind 20 maanden is. De leidsters letten op signalen van het kind. Er zijn een aantal belangrijke signalen waaruit je kunt concluderen dat een kind rijp is om te beginnen met een zindelijkheidstraining. Het kind geeft bijvoorbeeld aan dat hij een schone luier wil omdat hij beseft dat de luier nat en vies is. Een ander signaal kan zijn dat het kind nog steeds droog is als je na een paar uur de luier verschoond. Daarnaast beginnen de leidsters met de zindelijkheidstraining op verzoek van de ouders.

De leidsters stimuleren de kinderen om op het potje of het kindertoilet te gaan plassen. Er worden verschillende boekjes gelezen, en er wordt uitgelegd wat een potje is, of wat de oudere kindjes gaan doen als ze naar de wc gaan. Een peuter zal zelf aangeven wanneer hij aan de volgende stap in zijn ontwikkeling toe is. Als je gaat dwingen kan dit averechts werken en kan de peuter een afkeer krijgen van het potje of het kindertoilet. Een gestrest kind plast eerder in zijn broek omdat hij zich onzeker voelt.

Als de peuter op het potje of het kindertoilet heeft geplast belonen de leidsters met complimentjes en stickers. De eerste paar keer dat een peuter op het potje zit en het alleen al probeert krijgt hij een sticker, dit is om hem te stimuleren vaker op het potje te gaan zitten.

Bij een grote boodschap krijgt de peuter twee stickers. Als het een tijdje goed gaat zullen de leidsters minder vaak stickers geven en kan het plassen voor de peuter een gewoonte worden. Voor de ouders is het belangrijk om reservekleren mee te geven.

Bij ieder kind werkt een zindelijkheidstraining weer anders. Samen met de ouders proberen de leidsters een weg te zoeken die aansluit bij het individuele kind. Zo hebben de leidsters regelmatig contact, om te horen hoe het thuis gaat.

Wendagen

Voordat een kind geplaatst wordt op het kinderdagverblijf zal er een kennismakingsgesprek plaatsvinden op het kinderdagverblijf. Tijdens dit gesprek zullen de gewoontes, het ritme en karakter van het kind besproken worden. Ook kunnen ouders in dit gesprek hun voorkeur voor bepaalde zaken en hun wensen aangeven. Houd er rekening mee dat een wenperiode 2 weken duurt. Dit houdt in dat het kind de eerste twee dagen maar een paar uur per dag naar het kinderdagverblijf komt om zo rustig te kunnen wennen. Als dit goed gaat zal het kind steeds een uurtje langer blijven. Soms is er een langere periode nodig voor het kind om te wennen op het kinderdagverblijf. In deze periode zal er nauw contact zijn met de ouders om dit goed door te spreken en het wennen voor het kind zo soepel mogelijk te laten verlopen.

Activiteiten

Inleiding

Op het kinderdagverblijf spelen de kinderen een groot deel van de dag zelf. Dit vrije spel heeft een aantal belangrijke functies. Naast het vrije spel worden er door de leidsters verschillende activiteiten gedaan. Geen van de activiteiten staan vast. Per dag wordt er gekeken welke spelletjes en activiteiten gedaan worden.

Hieronder zullen de verschillende spelvormen en activiteiten beschreven worden met hun belangrijkste doelen.

Activiteiten met peuters

Vrij spel

Zoals gezegd spelen de kinderen veel zelf. Soms spelen ze dan alleen, maar meestal met andere kinderen. Kinderen leren veel door volwassenen te imiteren. Wanneer een kind het ‘volwassen’ leven naspeelt noem je dat imitatiespel. De kinderen ‘koken’ in de keuken, ze ‘verzorgen’ de poppen en spelen bijvoorbeeld doktertje. Dit imitatiespel wordt met het aanwezige speelgoed gestimuleerd.

Naast imitatiespel spelen de kinderen ook vaak een fantasiespel. Ze spelen bijvoorbeeld dat ze dieren zijn of televisiehelden en verzinnen zo hun eigen verhaal. Dit spel is belangrijk voor een goede ontwikkeling van de fantasie, met een daarbij horend  juist besef van wat werkelijk is en wat niet.

Vrij spel heeft verschillende belangrijke functies. Alle vier de ontwikkelingsdomeinen worden door spel gestimuleerd. De kinderen spelen bijvoorbeeld met allerlei verschillend materiaal. Zo leren zij de mogelijkheden van materiaal kennen en leren zij de betekenis van materiaal. Met een bal kun je gooien en voetballen met een kopje gooi je niet, maar daar drink je uit etc. Door spel wordt dus de cognitieve ontwikkeling gestimuleerd.

Spelenderwijs wordt zowel de grove als de fijne motoriek gestimuleerd. De kinderen rennen achter elkaar aan, gooien of rollen met ballen, of maken bouwwerken van blokken. Vanuit de leidsters is het goed om veel verschillende dingen aan te bieden; bijvoorbeeld buiten spelen, klauteren, op hellingen of kussens lopen. Een variatie aan prikkels stimuleert namelijk de motorische ontwikkeling. Doordat de kinderen met elkaar spelen leren zij ook op het sociale en emotionele vlak.

Zingen en dansen

Op verschillende momenten van de dag worden er liedjes gezongen. Meestal net voor of na het eten als de kinderen aan tafel zitten. Het zingen van liedjes heeft als belangrijkste functie het stimuleren van taal en spraak. Daarnaast bevordert het een gevoel van ritme.

Op het kinderdagverblijf zijn allerlei muziekinstrumenten aanwezig. Naast het zingen is er dus ook de mogelijkheid om muziek te maken. Ook dansen de kinderen en de leidsters op muziek van een cd of op zelf gezongen liedjes. Zowel het zelf muziek maken en het dansen is goed voor ritmegevoel. Dansen zorgt ervoor dat een kind zijn lichaam leert kennen en veel evenwichtsprikkels krijgt.

Boekjes lezen

Wanneer een leidster een boekje voorleest zitten de kinderen om haar heen. Zo kan iedereen het boekje zien en het vergroot de interactie tussen de leidster en de kinderen. Het voorlezen is goed voor spraak en taalontwikkeling. De verhaaltjes zijn zeer divers en hebben allemaal een ander thema. Zo worden er boekjes gelezen om kinderen de betekenis van woorden te leren. Ook leren zij de namen van de lichaamsdelen en bijvoorbeeld het herkennen en benoemen van kleuren. Andere verhaaltjes, bijvoorbeeld sprookjes, stimuleren de fantasie en de gewetensontwikkeling. De kinderen kunnen dingen in een boek aanwijzen of benoemen, waardoor er communicatie over en weer plaatsvindt tussen de leidster en de kinderen.

Luisteren vormt ook een groot onderdeel van boekjes lezen. Concentratie is daarbij belangrijk. Door het stellen van vragen leen de kinderen luisteren, adequaat antwoord geven, maar ook geduld opbrengen en op de beurt wachten.

Knutselen

Er wordt veel geknutseld met de kinderen. Er wordt ervan uitgegaan dat het meeste werk vanuit de kinderen komt. Allerlei verschillende thema’s komen bij het knutselen aan bod. Te denken valt aan de seizoenen, maar ook aan speciale dagen in het jaar zoals koningsdag, moederdag, vaderdag etc.

De kinderen kunnen plakken en verven, tekenen en kleien. Er is veel verschillend materiaal aanwezig, van papier tot stof en van krijt tot verf. Met het knutselen leren de kinderen hoe bepaald materiaal voelt en hoe je het kan gebruiken. De kinderen leren de namen van de verschillende materialen en kleuren. Daarbij is het bezig zijn met divers knutselmateriaal goed voor de fijne en sensorische motoriek.

TV kijken

Er word op kinderdagverblijf Evy geen tv gekeken.

Activiteiten met baby’s

Baby’s slapen gemiddeld 18 uur per dag. Het grootste deel van de tijd op het kinderdagverblijf is het kind aan het slapen. Wanneer het kind wakker is worden er rustige activiteiten met het kind gedaan. In ieder geval wordt er ten alle tijden een rustige plek voor de baby gezocht. Bijvoorbeeld in de box, in de babyswing of op een kleed, waar alleen de baby’s op mogen.

Bij baby’s en peuters staat de sensorische ontwikkeling, het leren via de zintuigen centraal. Het kind leert onderscheid maken tussen zichzelf en zijn omgeving. Zodra het kind wat mobieler wordt zal het zijn omgeving gaan verkennen. Aan alles wordt gevoeld en geproefd. Het kind gaat leren dat het invloed kan uitoefenen op zijn omgeving. De sensorische ontwikkeling wordt in de omgang met de baby’s zo veel mogelijk gestimuleerd. Dit vindt voornamelijk plaats door het aanbieden van verschillend speelgoed. Het speelgoed geeft prikkels die het kind uitnodigen om te gaan bewegen.

Eveneens is de manier van dragen, oppakken en verzorgen van een baby van invloed op de motorische ontwikkeling. Als je de baby bijvoorbeeld over je schouder legt (gezicht naar achteren) en bij het bekken vasthoudt, leert de baby zijn bovenlichaam onder controle te krijgen. Tevens is het belangrijk om het kind op verschillende plekken neer te leggen en af te wisselen met buik en rugligging. Wanneer kinderen op hun buik liggen, leren zij bijvoorbeeld controle te krijgen over hun hoofd. Ze leren strekken en oprichten. Ook is het goed om baby’s op verschillende ondergronden te leggen. Op een kleed heeft een kind meer houvast en dat zal eerder uitnodigen om te bewegen. Door het kind te dragen en te wiegen wordt het evenwicht gestimuleerd. Daarnaast wordt er ook geoefend met zitten staan en lopen. Ook wordt er veel gepraat met de baby’s en de leidsters zingen liedjes. Dit is goed voor de verbale en sociale ontwikkeling.

Buiten spelen

Bij mooi weer kan er gespeeld worden in de tuin. Te denken valt aan:  met water spelen in een badje, fietsen, steppen, met ballen spelen, klimmen, in de zandbak. In de tuin is verschillend materiaal aanwezig. Buiten mogen de kinderen zoveel mogelijk vrij spelen.

In de zomer eten we ook vaak buiten. We mogen in overleg met de buurt vanaf 10:30 uur naar buiten tot 18:00 uur. Als er kinderen huilen, gaan we hiermee naar binnen in verband met overlast voor de buurtbewoners.

Ook is er de mogelijkheid om met een aantal kinderen met de bolderkar op pad te gaan. Zo kunnen kinderen de dingen op straat waarnemen en leren kennen. Soms wordt er een park met een speeltuin aangedaan, waar kinderen volop kunnen spelen.

Speelgoed

Het meeste speelgoed kunnen de kinderen zelf pakken. Klein materiaal ligt in een grote kist. Te denken valt aan poppen, knuffels, ballen, blokken rammelaars enz. Daarnaast hebben we een kast waarin we speelgoed gesorteerd opruimen. In deze kast zitten de keukenspullen, auto’s speelgoeddiertjes, puzzels en babyspeelgoed.

In de speelruimte staat een keukentje, er is een schommel, een scippypaard, en er zijn verschillende loopwagentjes, kussens, en bedjes voor de poppen.

Met enkele soorten speelgoed mag alleen aan tafel worden gespeeld in verband met kleine onderdelen zoals puzzels, spelletjes, het kasteeltje, de kassa etc.

Het speelgoed wordt regelmatig gecontroleerd en schoongemaakt. Kapot speelgoed wordt indien mogelijk gerepareerd en wanneer dit niet mogelijk is wordt het weggegooid in verband met de veiligheid. Zeer klein materiaal is niet aanwezig. In verband met de rondkruipende baby’s is dat niet verantwoord.

De kinderen mogen geen speelgoed van thuis meenemen. In onze visie is het speelgoed voor en van iedereen. Wanneer een kind iets zelf meebrengt kan het moeite hebben met delen en dat zou onnodige onenigheid met zich mee kunnen brengen. Een uitzondering is het meebrengen van knuffels. Een knuffel mag meegenomen worden voor in bed bij het slapen.

Veiligheid

Het kinderdagverblijf is zo ingericht dat het zo veilig mogelijk is voor de kinderen. Hierbij moet u denken aan de veiligheidsstrips, afgeschermde radiatoren, schoonmaakmiddelen hoog opgeborgen, begrensde kranen enz. Dit allemaal volgens de GGD normen.

Toch kan het gebeuren dat een kind zich bezeerd of valt. Vallen hoort erbij en is over het algemeen niet erg. Het kind leert daardoor op zichzelf te vertrouwen, zichzelf op te vangen en snel te reageren. Wij zullen het altijd melden als een kind zich bezeerd heeft. Als het ernstig is direct en anders aan het eind van de dag bij het halen. Bij het buitenspeelgoed is gekozen voor niet te hoge klimtoestellen, zodat de jongste kinderen ook ongestoord en veilig kunnen spelen.

Verjaardagen

Ieder kind mag zijn verjaardag op het kinderdagverblijf vieren. In overleg met de ouders wordt er een dag afgesproken. Die dag is de speelruimte versierd met slingers en eventueel ballonnen. Een verjaardag wordt altijd om 10:00 uur gevierd. Ouders moeten zelf aangeven of ze hierbij willen zijn of niet.

Er wordt gezongen en het kindje krijgt een cadeautje. We willen de ouders zoveel mogelijk vragen om een gezonde traktatie en geschikt voor alle leeftijden te verzorgen. Mocht je er niet uitkomen dan kun je altijd met de leidsters bespreken wat wel of niet verstandig is.

Feestdagen

Aan alle feestdagen wordt aandacht besteed door middel van verhaaltjes, liedjes, en knutselwerkjes. Dit zijn dagen als Koningsdag, Pasen, moederdag, vaderdag, dierendag, Sint Maarten Sinterklaas, kerst enz

Op vijf december brengen Sint en Piet een bezoek aan het kinderdagverblijf. Alle kinderen en ouders worden voor deze gelegenheid uitgenodigd. Ieder kind mag even bij de Sint en Piet komen en krijgt een cadeau. Sinterklaasliedjes worden gezongen en er is drinken en pepernoten.

Houd er rekening mee dat het kinderdagverblijf op vijf december iets eerder sluit.

Voeding, ziekte en hygiëne

Voeding

Op het kinderdagverblijf wordt gezond gegeten. ’s Morgens krijgen de kinderen fruit, tussen de middag eten ze een bruine boterham en in de middag krijgen ze een plakje ontbijtkoek. Bij het brood eten krijgen de kinderen eerst een broodje met worst of kaas. Daarna mag er zoet beleg op brood worden gegeten. Vanaf 1 januari 2016 zal kinderdagverblijf Evy biologische lunches en tussendoortjes verstrekken.

Als de ouders wensen dat hun kind vegetarisch eet, dan houden de leidsters daar rekening mee. Indien het kind allergisch is voor bepaalde producten is het belangrijk dat ouders dit duidelijk en goed doorgeven. Wanneer de kinderen een bepaald dieet volgen, dienen ouders dit zelf mee te brengen.

Voor de flesbereiding voor de baby’s wordt Nutrilon 1 en 2 gebruikt.

Ziekte

Het kinderdagverblijf kan geen zieke kinderen toelaten in verband met eventueel besmettingsgevaar. De leidsters hanteren hiervoor de GGD normen en waarden.

Indien het kind niet ingeënt is, diarree of koorts (38.5C) heeft, hangerig of huilerig is of een besmettelijke ziekte heeft of in de omgeving is geweest van iemand met een besmettelijke ziekte, kan een kind niet toegelaten worden. Ouders dienen dit aan het begin van de dag te melden aan de leidsters. Ook moeten kinderen één dag koortsvrij zijn voor zij na ziekte weer op het kinderdagverblijf mogen komen.

Ouders moeten ten aller tijden bereikbaar zijn. In noodgevallen heeft het kinderdagverblijf een huisarts in de buurt.

Hygiëne

Naar aanleiding van de Risico inventarisatie en Evaluatie Gezondheid en Hygiëne van de GGD, is er door het kinderdagverblijf een plan opgesteld hoe hiermee om te gaan. Voor meer vragen hierover kunt u bij de leidsters terecht.

EHBO

Op het kinderdagverblijf is altijd een leidster aanwezig met een BHV diploma. Daarnaast streven we ernaar om elk jaar alle leidsters een verkorte kinder-EHBO te laten volgen. Ook de ouders zijn hiervoor uitgenodigd.